Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen

zondag 30 september 2012

De herziene tien

In onze cultuur blijken kinderen het beste te reageren op een positieve benadering.
In pedagogiekland wint 'positief opvoeden' dan ook aan terrein. Om eerlijk te zijn is God hier in de eerste vijf bijbelboeken bepaald geen ster in. Het woord 'niet' komt alleen al in de tien geboden  zeven keer voor voor, en in de boeken Exodus, Leviticus en Deuterenomium lees ik het maar liefst 618 maal.

Tijdens kerkdiensten op gereformeerde leest heb ik de tien woorden al heel wat keren voorbij horen komen. En dus ook het woordje 'niet'. Deze week dacht ik na over de verlammende uitwerking die dit kan hebben. Want zelfs met theologische noties over de bevrijdende aard van de tien grondregels (ja, die zijn er!) in mijn achterhoofd, is een wekelijkse herinnering aan de tien grondregels best een pijnlijk gebeuren. Zowel een individueel als collectief falen is bij voorbaat gegarandeerd. (Natuurlijk wordt in de kerk ook de oplossing gepreekt in de vorm van Jezus als offer voor de zonden van de wereld, maar ook dan mét de kanttekening dat de wet nog altijd geldt als richtlijn voor een goed leven. Je hebt je er aan te houden uit dankbaarheid in plaats van plichtsgevoel.)

Overigens, hoewel voor veel kerkgangers de tien geboden het enige stukje 'wet' zijn dat ze lezen, weet een beetje bijbellezer dat de bijbelse wetten een veel groter stuk van de bijbel beslaan dan alleen Exodus 20:1-21 of Deuteronomium 5. Ben Hobrink bijvoorbeeld heeft het grotere geheel bestudeerd en constateerde dat de voedselwetten, de maatregelen tegen melaatsheid en de manieren om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan blijken, nog hartstikke actueel zijn! Sterker nog: de bijbel is volgens sommigen de wetenschap ver vooruit. Wauwiedepauwie!

Ondertussen gaat de Thora óók over de onreinheid van vrouwen na een bevalling (waarbij meisjes een groter verontreinigend effect hebben dan jongens), over vervloeking van de baarmoeder van ontrouwe vrouwen en over de betalingsregeling die een verkrachter van een maagd zal treffen met zijn aanstaande schoonvader, enzovoorts. Zelfs christelijke vrouwen die niet veel op hebben met het feminisme, zullen niet terugverlangen naar die vroeger tijden. Als dat geen gigantisch vraagteken achter christen-fundamentalisme is (en dan met name achter de vermeende Bijbelse onfeilbaarheid), dan weet ik het niet meer. Ik voor mijzelf concludeer, dat het toch hoogst verwonderlijk is dat God dit soort vrouwonvriendelijke wetten letterlijk in Mozes' oor fluisterde, om een paar duizend jaar later in Nederland te worden gepredikt als een God die een vrouw van evenveel waarde acht als een man (eh, op reformatorische vrouwen in de politieke arena na dan).

Ik ben uiteraard niet de eerste die hierin een tegenstelling ervaart en er zijn dan ook mooie theologische oplossingen voor bedacht. Volgens Paulus is de wet bedoeld om de mens bewust te maken van onze zonde. Zo zou Gods openbaring zich hebben ontwikkeld door de tijd. Een ander heeft bedacht dat de menselijke wetten van Mozes ondergeschikt zijn aan de goddelijke tien woorden, omdat de eerste categorie wetten niet en de laatste categorie wetten wel rechtstreeks door God aan Mozes werd gegeven. En als we de oude wetten zien in de context van hun tijd, wordt het helemaal aangenaam: voor een nomadisch volk dat een paar duizend jaar voor Christus leefde, waren het héél aardige wetten.

Om eerlijk te zijn, weet ik niet precies wat ik ervan moet denken. Als je vraagtekens begint te stellen bij de bijbelse onfeilbaarheid, hoef je Paulus' theorieën over de betekenis van de wet niet per se meer voor waar aan te nemen. In de geest van Triple P, heb ik in elk geval besloten de tien woorden eens positief te benaderen en ze om te vormen tot regels die vrijheid scheppen om voluit te leven met respect voor mezelf en voor de ander/Ander. Een eerste aanzet:

  1. Mens, zoek verbinding met het heilige.
  2. Mens, behoud je zicht op het onzichtbare en kijk verder dan wat het oog ziet.
  3. Mens, je opdracht in dit leven is om na te streven: liefde, vreugde, vrede, trouw, lankmoedigheid, vriendelijkheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen ander die jouw levenstijd kan gebruiken om deze opdracht te vervullen: draag je verantwoordelijkheid met gevoel voor eigenwaarde.
  4. Mens, neem je rust. Ont-moet. Gebruik je zintuigen om te ervaren wat je zo vaak mist. Sluit je ogen of open ze juist voor wat je in de week aan je voorbij liet gaan. Geniet van stilte of luister naar wat je tot nu toe niet horen kon. Zet je mond stil of zing, schreeuw, bid, lach en bewonder. En rust.
  5. Mens, je hebt een verleden, heden en toekomst. Erken je lijn van afstamming en verbind je met je bloedverwanten. Jij bent deel van hen en zij zijn deel van jou. Zij zijn jouw respect waardig, zoals jij hun respect waardig bent.
  6. Mens, alleen jouw leven komt jou toe. Deel het met anderen en nodig ze uit tot groei en bloei.
  7. Mens, zet je ten volle in voor je relatie met je man of vrouw. Jouw tegenover is je medemens. Die medemens is het waard om te worden liefgehad, zoals jij het waard bent liefde te ontvangen. Gedraag je constructief: schep en herschep omstandigheden waarin de liefde gedijt. Vergeef jezelf wanneer je scheppingskracht verloren lijkt - nodig de liefde opnieuw uit onder deze voorwaarden.
  8. Mens,wees gelukkig met wat je hebt. Eigen alleen datgene toe wat je werkelijk toebehoort. Zorg voor het geld of goed van de ander als was het jouw bezit.
  9. Mens, wees eerlijk en waarachtig. Laat een ander van je opaan kunnen.
  10. Mens, gun een ander zijn geluk, zijn bezit en zijn relaties. Oefen je in blijdschap en geduld. Gebruik je oren, ogen, hart en handen wanneer je medemens iets tekort komt. Deel van wat jou ten deel viel.






maandag 27 augustus 2012

Twijfel

Wie niet twijfelt, leert niets - Dirck Volkertzoon Coornheert

De bijbel vertelt het verhaal van Jezus' leerling Thomas, die niet kon geloven dat zijn doodgemartelde en begraven leraar Jezus door zijn vrienden weer-levend gezien was. Jezus verscheen gelukkig nóg eens aan zijn vrienden, inclusief Thomas, en zo overtuigde hij Thomas ervan dat hij echt was opgestaan. In christelijke kringen wordt Thomas dan ook graag als voorbeeld gesteld voor iedereen die niet begrijpt of niet kan geloven hoe de opstandingsvork in de bijbelse steel zit: "Broeder of zuster, ook twijfelaar Thomas ging geloven dat Jezus leefde na gestorven te zijn!" De onderliggende boodschap: "Goed voorbeeld, doet goed volgen - dus wees als Thomas en maal er niet om dat we met z'n allen de bizarre, buitengewone, irrationele claim maken, dat een dood, materieel lichaam volledig verdwijnt uit een graf om vervolgens in andere vorm dichte deuren te trotseren en te verschijnen aan zijn nabestaanden (en vis te eten en te koken).

Zo'n oproep om twijfels aan de wilgen te hangen, roept bij mij in de eerste plaats allerlei gedachten op over het hoe en wat van de opstanding uit de dood van Jezus, de betrouwbaarheid van de bijbelse verslaglegging over Jezus en zijn wonderen, enzovoorts. Voor een deel ligt mijn moeite om het verhaal rondom Jezus te geloven in de uniciteit ervan: het gebeurde maar één keer. Het is niet, zoals een degelijk wetenschappelijk experiment, te herhalen. De gebeurtenis onttrekt zich daarmee aan de manier waarop ik mijn leven leef: beperkt door de fysieke werkelijkheid.

Maar daarnaast vind ik het ook razend lastig dat de verhalen over Jezus' dood en opstanding op verschillende manier worden verteld. De ene evangelist zegt dit, de andere dat. Voor sommigen is dat een reden om de evangeliën betrouwbaar te verklaren. Voor anderen, zoals ik, is het een raadsel dat van zo'n indrukwekkende gebeurtenis de overlevering niet unaniem zijn. Ik weet zelfs nog waar en met wie ik was toen ik de eerste beelden zag van 9/11. De aanslagen op 9/11 waren een ongelooflijke gebeurtenis, maar nog altijd minder mindblowing dan de volledige verdwijning van het lijk van een dierbare vriend, die vlak daarna ineens weer levend te verschijnt! Dat er dan toch vier behoorlijk verschillende verhalen ontstaan, roept bij mij (en anderen) wel wat vragen op. De mensen van het eerste uur wisten toch zeker wel wie er als eerste bij het graf was gekomen? En waarom? En of er nu wel of geen engelen buiten of in dat graf zaten? En wat ze zeiden?

In de tweede plaats doe het me nadenken over de mate waarin een zintuigelijke waarneming van God mij zou kunnen overtuigen van het bestaan van die God.

Mijn voorwaarden voor een dergelijke waarneming zijn behoorlijk. Er zou een paranormale verschijning moeten plaatsvinden, die ik en anderen met hun zintuigen kunnen waarnemen, waarvan een zintuigelijk spoor achterblijft in de fysieke werkelijkheid en die iets omvat waarvan alleen ik kan weten. Denk een lichtende engel, die verschijnt voor mijn raam en twee gouden platen naar binnen werpt waardoor het raam breekt, terwijl op die gouden platen iets staat geschreven dat niemand kan weten en dit alles in het bijzijn van anderen, liefst atheïsten.

Zou zo'n fysiek ingrijpen mij inderdaad uitsluitsel bieden over mijn vraag naar hoe god zich verhoudt tot de zintuigelijke werkelijkheid? Ik zou in ieder geval met redelijke zekerheid durven veronderstellen dat het theïsme meer is dan een theoretisch standpunt. Maar tot nu toe heb geen engel voor mijn raam zien verschijnen en ik verwacht ook niet dat dit gebeurt. Dat betekent niet dat ik het ingrijpen van God in de zintuigelijke werkelijkheid bij voorbaat uitsluit - ik heb er alleen zelf geen ervaring mee. Eerlijk gezegd: zelfs het wonder van Jezus' opstanding voldoet niet aan mijn criteria, want Hij is uiteindelijk opgestegen uit ons aards bestaan richting hemel, zonder tastbare bewijzen achter te laten (dat wil zeggen: volgens Lucas, en veel beknopter beschreven ook in het vermoedelijk later toegevoegde slot van Marcus, maar niet Johannes of Mattheüs - of steeg hij misschien toch niet op?). Het is niet controleerbaar anders dan (één van) evangeliën op hun woord te geloven. Paulus kon het er in ieder geval mee doen, zo blijkt uit zijn eerste brief aan de Korinthiërs.

En zo kom ik uit bij de kernvraag van dit blog: wat sta ik mijzelf toe om te geloven, op basis van mijn eigen zintuigelijke indrukken, eventuele bovenzintuiglijke ervaringen, denken én de verhalen (narratieven) van anderen over deze dingen? Voor ik begon met bloggen was me al duidelijk dat er niet zoiets bestaat als één antwoord op die vraag, maar dat ik mezelf steeds weer zal moeten herinneren aan wat ik beschouw als het voor mij meest passende antwoord. Jezus heeft 2000 jaar geleden iets in beweging gezet, maar of het op één of andere manier nog te achterhalen valt wie hij was en wat dit betekent...?

maandag 9 juli 2012

Een joodse man

Het was 1997. Ik was 16. Het stof waaide hoog op in die dagen. Dagblad Trouw publiceerde erover. De kerkenraden van o.a. Haarlem-Centrum en Urk maakten bezwaar. 92 predikanten uit de (toen nog) gereformeerde kerk riepen de synode via het Confessioneel Gereformeerd Beraad op om THuK-hoogleraar Cees den Heijer te ontslaan. Waarom? Den Heyer had een boek geschreven met de titel: 'Verzoening, bijbelse notities bij een omstreden thema.'

Het boek handelt over de verzoeningsleer. Die leer houdt in dat Jezus door aan het kruis te sterven de zonden van de hele wereld op zich heeft genomen. Den Heyer stelde, dat deze leer niet als zodanig is terug te vinden in de Bijbel. Zijn voorganger aan de Theologische Hogeschool (1978-1992), emeritus prof. dr. Baarlink, schreef een weerwoord, waarin hij uiteraard precies het tegenovergestelde bepleit. Volgens sommige bronnen werd Den Heyer uiteindelijk geschorst vanwege zijn boek, maar voor zover ik kan nagaan is hij helemaal niet veroordeeld, maar nam hij in 2002 zelf ontslag, lamgeslagen door de vele kritiek die hem ten deel viel.

Jammer dat er maar 24 uur in een dag zitten (die bovendien lang niet allemaal te gebruiken zijn), want ik had de boeken graag allebei al gelezen. Na Kuiterts 'Jezus: nalatenschap van het christendom' waarin hij de tweenaturenleer fileert, ben ik Jezus in een ander licht gaan zien. In dat licht is het heel logisch om de verzoeningsleer te betwijfelen. Helemaal als je erbij stilstaat dat Jezus' kruisdood pas bij het concilie van Nicea in 325 werd uitgeroepen tot een deel van Gods heilsplan met de mens. In 300 jaar kan er veel gebeuren. Er zijn vandaag nog maar weinig mensen die er een 18e eeuws wereldbeeld/mensbeeld op na houden. Bovendien, dat de orthodoxie in de vroegchristelijke kerkstrijd, die voorafging aan het concilie, in 325 als winnaars uit de bus kwam, hoeft nog niet te betekenen dat bijvoorbeeld alleen al de gnostici of Arius c.s. ons niets meer te melden hebben. (Interessant genoeg blijken er ook vandaag nog Arius-aanhangers te bestaan, waaronder sommige messiasbelijdende gemeenten). Het is trouwens geen wonder dat de orthodoxie na het concilie beter voet aan de grond kreeg dan andere stromingen: de door de kerk verklaarde ketters werden vervolgd en o.a. met het zwaard bestreden. Fijn staaltje christendom... (ik herinner mij vaag de woorden: 'Heb je vijanden lief').

Op de jongeaardecreationisten na, geloven veel christenen in evolutionair creationisme. Of je het nu leuk vindt of niet, dat moet iets doen met je opvatting over schuld en zonde. Toen de synode van Dordrecht begin 17e eeuw de Heidelbergse catechismus accepteerde als belijdenisgeschrift, kon men nog niet vermoeden op welke manier Charles Darwin ruim tweehonderd jaar later de moderne (postverlichte) wereld op haar grondvesten zou laten schudden. In vraag en antwoord 7 staat dan ook nog: Vanwaar komt dan zulke verdorven aard des mensen?. Het antwoord erop is: Uit den val en de ongehoorzaamheid onzer eerste voorouderen, Adamen Eva, in het Paradijs , waar onze natuur a; zo is verdorven geworden, datwij allen in zonde ontvangen en geboren worden. Maar als onze verdorvenheid geen historische grondslag heeft, zijn we dan wel verdorven te noemen? En als we niet van het begin af aan verdorven te noemen zijn, waar is dan de verzoeningsleer voor nodig?

Tim Keller zegt in zijn boek 'In alle redelijkheid' dat er nu eenmaal iemand moet betalen wanneer er schuld ontstaat. De dader kan gestraft worden, óf het slachtoffer kan betalen met zijn of haar pijn. Dat laatste is volgens Keller hetgeen gebeurt in de persoon van Jezus: God onderging de pijn van zijn Zoon om de zonden van de mensheid te vergeven.

Als God een bijdrage geleverd heeft aan het onstaan van ons bestaan, dan kan ik me op zich wel iets voorstellen bij de notie schuld. Dat de mensheid als collectief er hier op aarde een rommeltje van maakt, lijkt mij vrij duidelijk. Bovendien, ik heb er al eerder over geschreven, ik ben opgegroeid met de opvatting 'de mens is geneigd tot alle kwaad'. Als we als globale gemeenschap geneigd waren tot alle goeds, dan was Hiroshima een nooit geschreven sciencefiction-verhaal geweest. Maar als deze opvatting op het individu slaat, dan lijkt hij me een dualistische plank mis te slaan. Ik maak teveel mensen mee, die eerder geneigd zijn tot goed dan tot kwaad. (Gelukkig zijn hier fijne leerstellige oplossingen voor: (1) God kijkt naar de gezindheid van het hart: de ongelovige die goeddoet, is niet goed genoeg, want goede werken zonder geloof zijn 'dood' of (2) al het goede wordt door Gods geest bewerkstelligt, en die Geest kan zelfs een ongelovig hart trotseren om het goede in de wereld te bewerken. Tja.)

Maar bij de erkenning van een eventuele schuld is het christelijke verhaal niet af. Er is een stap twee: dat God door een bovennatuurlijk ingrijpen in Maria's baarmoeder een embryo-jongetje plaatst, om deze een jaar of dertig later als veel te jonge man op een gruwelijke manier te laten sterven aan een kruis. Waarbij op mysterieuze wijze de schuld van de mensheid, die zijn oorsprong had in de historische zondeval van Adam en Eva, werd weggewist. Verzoeningsleer. Ik vraag mij af: is dit hele verhaal zijn houdbaarheidsdatum niet gepasseerd?

Iemand vroeg me onlangs of ik met als mijn gepieker en gedenk God niet te klein maak. Maar God schijnt me juist groter toe dan ooit tevoren. Waarom willen mensen Hem toch zo graag opsluiten in de persoon van Jezus? Ik hoop nog eens die God te ontmoeten, die de pijn die de mens zowel indivueel als collectief veroorzaakt aan de ander en aan de aarde, kan verdragen zonder daarvoor bloed te willen zien en wiens 'straf' bestaat uit een oproep tot gerechtigheid en barmharmtigheid waar geen mens met goed fatsoen 'nee' op kan zeggen. Dan kan misschien zelfs ik ooit volmondig zeggen: Prijs de Heer.

Een Joods Man
Jan Schulte Noordholt

Een joodse man van het jaar nul
die, amper drieëndertig jaren,
gestorven is voor onze schuld
toen wij nog Batavieren waren.

Ja, sterker nog, die eenmaal dood
en in een diepe rots verborgen
zou zijn verrezen levensgroot
met lijf en ziel een voorjaarsmorgen.

Die was gezien, gehoord, betast,
en toen ten hemel opgevaren
waar Hij regeert in eeuwigheid.
Die eens ons als een dief verrast
wie weet na hoeveel duizend jaren,
wie weet vannacht. Hij kent de tijd.

Wat is dat voor verhaal, die joodse man,
miraculeus geboren uit een maagd,
die onze schulden op zijn schouders draagt
als balken van een kruis, alsof dat kan?

En dan, waarom? dat impliceert een god
die eerst ons schept en daarna ons verwijt
dat wij maar mensen zijn, en met de dood
ons straft, en dan weer niet, en dan ons lot
en alles wat de wereld lijdt
laadt op de rug van een verdoemde jood.

donderdag 14 juni 2012

Kaarten op tafel

Vandaag las ik Boele Ytsma's 'Van de kaart'. Ik heb het in één ruk uitgelezen, want pagina na pagina leek het boek niet alleen maar over hem te gaan, maar ook over mij: het proces van existentiële twijfel dat je overvalt en waar je niet voor kiest, de eenzaamheid die hierbij hoort, de frustratie, het gevoel van totale verlorenheid nadat je kaartenhuis ("Kathedraal van Zekerheden) in elkaar gedonderd is, the point of no return, het zoeken naar: wat nu? Zelfs Ytsma's bittere nasmaak na een onbarmharmtige en genadeloze boek(?)bespreking van Klaas Hendrikse's 'Geloven in een God die niet bestaat' in een radioprogramma van Andries Knevel kwam me bekend voor: ik beluisterde de bewuste uitzending een aantal maanden geleden, toen ik zocht naar het orthodox-christelijke op het boek in kwestie. Net zoals Ytsma kwam ik van een koude kermis thuis: weinig liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid of zelfbeheersing vielen Hendrikse ten deel.

Ik heb nieuwe dingen geleerd uit het boek van Ytsma. De 'Emerging Church' beweging bijvoorbeeld, daar had ik nog nooit van gehoord. Er blijkt een Nederlandse tak actief te zijn. Al googlend kwam ik op het spoor van bloggers, die net zo twijfelen als ik en zich niet langer gelovig willen noemen, maar zoekend. Bizar hoe bekend hun vragen me nu in de oren klinken, terwijl ik ze een aantal jaren geleden rustig terzijde gelegd zou hebben om vooral medelijden te voelen.

Maar, Ytsma's boek gaat toch ook weer niet helemáál over mij. Anders dan Ytsma kan ik de beweging terug naar de kerk (nog) niet maken, zelfs niet in de voetsporen van de Emerging Church - getuige mijn vorige blog over "De 10 mooiste bijbelverhalen van Zwolle". Daarbij speelt het door mij zo beleefde geen-gehoor van de gevestigde (orthodoxe) kerken op de oproep van nota bene Klaas Hendrikse in zijn open brief aan Arjan Plaisier, scriba van de PKN. van 5 januari 2009:

In vele toonaarden is mij het afgelopen jaar te verstaan gegeven dat de vraag naar God’s bestaan niet wezenlijk, of zelfs een gepasseerd station zou zijn.
Bij lezingen in het land hoorde ik andere geluiden: voor velen die oprecht proberen te geloven is die vraag juist essentieel: wat valt er (nog) te geloven als het bestaan van God wordt betwijfeld? Voor sommigen is mijn boek een steun in de rug, voor anderen is het een brug te ver. Maar zij kunnen en willen niet terug naar “de God van hun jeugd”. Waar kunnen ze terecht?

Er is een plaats nodig waarin zoekende mensen zoals ik alle vragen kunnen stellen die ze op hun hart hebben, zonder dat de antwoorden vooraf vaststaan en zonder dat de mogelijke antwoorden onderscheidend zullen werken. Ytsma hoopt in zijn boek op zo'n plaats: een radicaal-katholieke kerk waarin de kloof tussen orthodox en vrijzinnig overbrugd wordt doordat de focus wordt verlegd van waarheid zoeken naar waarachtigheid betonen.

Als ik Ytsma goed begrepen heb, verwacht hij trouwens wel dat de "kerkgangers" van die radicaal-katholieke kerk het er tenminste over eens zullen zijn dat Jezus de ultieme inspiratiebron is voor de waarachtigheid die ze tentoon willen spreiden. Maar neigt dat nou niet alsnog naar de instandhouding van waarheidsclaims die twijfelaars nu juist van zich af proberen af te schudden? Op basis waarvan zou ik een dergelijk geloof kunnen of moeten aanhangen? Is het niet een "quick fix" voor het ineenstorten van die "Kathedraal van Zekerheden"? Een laatste stukje dat overeind mag blijven staan, omdat de naakte waarheid wel erg naakt is?

Ik heb geen antwoord op die vraag, maar verwacht dat Hendrikse het wel zal formuleren in zijn tweede boek: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon". Hij deed dat eigenlijk al met zoveel woorden in zijn eerste boek, door zich de kerk als een eetcafé voor te stellen, waar mensen van divers pluimage onder de maaltijd zouden kunnen spreken over God. Bijbel, Koran, de krant. Meer spiritualiteit, minder christendom. Ik weet niet of dat de toekomst van de kerk moet zijn. Ytsma bepleit terecht dat de kerk zijn bestaansrecht ontleent aan haar gericht-zijn op Jezus. En dus stel ik mezelf maar weer eens de gewetensvraag: Heeft de kerk, heeft mijn oude geloof nog toekomstmuziek in zich? Of kan ik maar beter nu alvast plaatsnemen in een wilelkeurig eetcafé en kijken of daar andere twijfelaars te vinden zijn...?









zondag 10 juni 2012

De Heer en het weer

Aan het begin van de middag was ik bij de opening van de grote finale van het project over de 10 mooiste bijbelverhalen in Zwolle. Het zonnetje scheen en ik was niet de enige die vond, dat dat mooi meegenomen was. De presentator zei namelijk: "Wat een prachtig weer! En weet je wat dat betekent? God is er bij!" Prompt wilde ik naar huis.

Ik ben de afgelopen maanden vreselijk allergisch geworden voor uitspraken die God reduceren tot ons voorstellingsvermogen. Wat nu, als het geregend had? Was God dan ergens anders geweest? Had daaruit gebleken dat God geen behoefte had aan het evenement? Zou het mislukt geweest? Is Gods goedkeurig zichtbaar in het weer?

Mijn oma zegt wel eens: "Wie moppert op het weer, die moppert op de Heer". Daaruit zou je dan moeten concluderen, dat God het weer bestuurt. Daar zie ik zelf niet zoveel heil in, maar ze zegt daarmee ook met zoveel woorden: "Hoe God zich tot het weer verhoudt, daar hebben wij mensen geen idee van". Dat is mijns inziens al een sterke verbetering ten opzichte van Gods zegen of nabijheid uit het weer te willen afleiden.

Het mooiste bijbelverhaal van Zwolle bleek trouwens (op basis van 5.000 stemmen) het Paasverhaal te zijn. Wat wilde ik graag dat ik daar zonder enige terughoudendheid naar kon luisteren als "waargebeurd" en "ongecompliceerd". Maar die tijd lijkt voorbij. De laatste dagen lees ik Harry Kuiterts 'Jezus: nalatenschap van het christendom'. Daarin lees ik tot nu toe nog geen schokkende nieuwe informatie. Het is meer een samenvatting van een door mij ingeslagen weg. Een weg die misschien niet zo goed meer past bij dat evenement over de 10 mooiste bijbelverhalen in Zwolle.

Diep in mijn hart vind ik het jammer. Ik kan het geluid van het evenement in de tuin horen en ik weet dat ik er geen deel vanuit maak. Of in ieder geval: er op zo'n andere manier deel vanuit maakt, dat anderen me waarschijnlijk niet langer herkennen als één-van-ons. Dat besef stemt me vaak tot nadenken. Heb ik het mis? Ga ik te ver? Zou ik niet kunnen terugkeren naar dat land van zeker weten?

Een bekende die ik tegenkwam in de trein van Utrecht naar Zwolle, wees me op 'Van de Kaart', een boek van Boele Ytsma. In dat boek -ik moet het nog lezen- vertelt hij over zijn proces van existentiële twijfel. Over (in zijn eigen woorden) hoe "alles dat heilig voor je was, veranderde in de meest onwaarschijnlijk onzin die je maar bedenken kon". Bij het (online) lezen van het eerste hoofdstuk van zijn boek, voel ik me even ietsje minder statenloos dan vanmiddag in het park.