Posts tonen met het label Carl Jung. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Carl Jung. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

Stemadvies

Ik kan me nog goed dat ik voor het eerst mocht stemmen. Ik was helaas net de Tweede Kamer verkiezingen van 1998 misgelopen, maar mocht 2000 dan eindelijk mijn passief stemrecht laten gelden. Dat bij deze verkiezing de dijkgraven werden gekozen, maakte niks uit voor mijn gevoel van opwinding: ik mocht als burger mijn stem laten gelden, dit was democratie! Voor mij hoeft de opkomstplicht dan ook niet te worden heringevoerd: ik beschouw stemmen als een bijzonder voorrecht. Je hoeft maar het één en andere te lezen over landen als Cuba, de voormalige Sovjet-Unie, Afhanistan en Irak om te weten dat je er beter dankbaar voor kunt zijn dat je in ons land in de gelegenheid wordt gesteld om (zij het meestal indirect) mee te beslissen over het overheidsbeleid.

Een paar dagen geleden haalde ik bij de bibliotheek een boekje van Aleid Schilder: Schuldig, maar hulpeloos. Zij beschrijft in dit boekje de relatie tussen psychische problematiek en christendom, en in het bijzonder de relatie tussen depressie en het gereformeerde geloof. Ze benoemt bijvoorbeeld de volgende (psychisch) schadelijke elementen uit de leer van de christelijke kerk:
  • de mens is nietig en slecht, een 'ellendige zondaar': hij moet echter proberen vlekkeloos te zijn en perfect;
  • 'een klein getal' wordt uitverkoren en het ligt aan God wie dit zijn. Toch is de mens er voor verantwoordelijk als hij hier niet bij hoort. Er niet bij horen betekent: eeuwige verdoemenis;
  • subjectieve ervaring en emotionele beleving doen niet ter zake en staan geloof zelfs in de weg. Geloven is een zaak van blinde gehoorzaamheid;
  • de goede dingen die de mens bereikt worden hem in genade geschonken. Een gevoel van trots hierover vormt een bevestiging van zijn zonde. Voor tekortkomingen en mislukkingen draagt de mens wel verantwoordelijkheid;
  • God eist vervulling van een niet te vervulling wet.
  • er is één ware kerk die contact met de buitenwereld moet afhouden om besmetting tegen te gaan.
Ze haalt bovendien nog wetenschappers en therapeuten aan als Van Scheyen (1975, 1981), Bach (1984), Fromm (1976) Mowrer (1961(, Roberts (1950) en natuurlijk Carl Jung die de ongezonde uitwerking van de gereformeerde/protestantse leer hebben benoemd en beschreven. Eén van hen noemt "deze leer alles behalve angst wegnemend, maar angst inducerend." Een ander wijst op het verbod-of-subjectieve-beleving als het gaat om geloofstwijfel. Een derde spreekt over hoe het constante bewustzijn van tekort-schieten kan leiden tot onopgeloste wanhoop en extreme zelfafkeer.

Nu lijken verkiezingen en christendom op het eerste gezicht misschien weinig met elkaar te maken te hebben. Maar toen ik in vandaag mijn stem uitbracht, werd ik er plotseling bij bepaald hoe belangrijk het voor mij is om een stem te hebben en hem in vrijheid te mogen gebruiken. In het christendom wat mij gepresenteerd is, heeft de mens van het begin af aan zijn stem verkeerd gebruikt. Had ik in zijn plaats gestaan, dan had ik hetzelfde gedaan en dus is ieder individu medeschuldig aan de schoffatie van Gods heiligheid. God heeft dan ook alle reden om vertoornd te zijn en hiervoor een offer te eisen in de vorm van Jezus Christus. En zelfs dan wanneer een mens dit alles accepteert als de enige waarheid in leven en sterven, zal hij 's avonds steeds weer berouwvol op zijn knieeën moeten vallen om schuld te bekennen. Weliswaar vergeven, maar weer een dag niet voldaan aan Gods perfectie. Vrijheid met een zwart randje, zeg ik.

De schrijver van Genesis 3 laat God na de zondeval roepen: "Mens, waar ben je?" In het gereformeerdendom is het antwoord op die vraag voorgeschreven, namelijk: "In de shit". Ik geloof niet langer in antwoorden die bestaan uit hapklare brokken. Dat maakt mensen zo goed als mondood en dat lijkt mij nooit goed. Niet in een staat, niet in een relatie tot een mens en zeker niet in een relatie tot een God. Daarom hierbij: "God, als U er bent, ik wil mijn stem terug! En dan hoop ik dat U nog even wachten kunt op antwoord."

zaterdag 25 februari 2012

Haat aan dilemma's

Ik lees op het moment vrijwel elke avond voor ik ga slapen een stukje uit 'Op zoek naar de onzichtbare God' van Philip Yancey. In dit boek zegt Yancey hele mooie dingen over twijfel, zoals wanneer hij een citaat van Frederick Buechner aanhaalt: "Without somehow destroying me in the process, how could God reveal himself in a way that would leave no room for doubt? If there were no room for doubt, there would be no room for me.” 

Een paar weken geleden lag nog 'Trusting Doubt' van Valerie Tarico op mijn nachtkastje. Kort samengevat stelt Tarico dat twijfel betekent dat er iets niet klopt en dat je je twijfel daarom grondig met onderzoeken. Het ontrafelen van haar geloof in God werd voor Tarico een soort Sinterklaas 2.0-ervaring. Je begint met een gevoel dat er 'iets' niet klopt, je eindigt bij de grote ontgoocheling: Sinterklaas blijkt helemaal niet te bestaan en alles eromheen (de tv-uitzending, het gedicht en cadeautje in je schoen, het bonzen op de deur met pakjesavond) is één grote poppenkast.

Tarico en Yancey hadden een vergelijkbaar vertrekpunt toen zij begonnen te zoeken naar de waarheid over God: Tarico  heeft een evangelische achtergrond, Yancey groeide op in een kerk die hij omschrijft als fundamentalistisch. Ze komen tot hele andere conclusies: Tarico noemt zichzelf een spirituele nontheist, Yancey blijft vasthouden aan zijn geloof in de christelijke God.

Lastig vind ik dat. Het zou zo prettig zijn wanneer iedereen die het geloof in de christelijke God onderzoekt, dezelfde conclusie zou trekken: "God bestaat en ik geloof." Niets is minder waar. Hierdoor krijgen mijn twijfels de neiging zich te gaan gedragen als een overslaande plaat: ik lees, ik denk, ik schrijf, maar ik vind niets dat mij absolute zekerheid kan garanderen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik op zoek moet naar een groef. De Zwitserse psychiater Carl Jung zou dat vast met me eens zijn. Hij zei: "I have treated many hundreds of patients. Among those in the second half of life - that is to say, over 35 - there has not been one whose problem in the last resort was not that of finding a religious outlook on life."

Iemand die reageerde op mijn blog over Pancake Day & Dertigerdilemma interpreteerde het dertigersdilemma in de eerste plaats als een periode van twijfel over de verschillende dingen die je als mens wilt en kunt doen in je leven. Denk aan werk, opleiding, wel/geen/welke partner, wel/geen/hoeveel kinderen, etcetera. Wanneer je dertig bent, kun je een groot aantal dingen die je ooit wilde, afstrepen: je hebt een leuke baan, je hebt een goede opleiding en een aantal leuke cursussen gedaan, je hebt misschien een partner en/of kinderen, en zo niet dan heb je waarschijnlijk in ieder geval bedacht of je die wel/niet zou willen... Je bereikt dan een punt waarop je jezelf afvraagt: "Is dit alles" in de zin van: heb ik mijn hoogtepunten in dit leven allemaal al gehad? wordt het ooit nog beter dan dit? wanneer zal verval of ongeluk zich aandienen om mijn leven slechter te maken?

Misschien dat dit voor sommige mensen inderdaad het 'enige' wat het dertigersdilemma inhoudt (ik plaats 'enige' tussen aanhalingstekens, om maar aan te geven dat ik een dergelijk dilemma bepaald niet onderschat), maar ik denk dat aan ieder dertigersdilemma diepere existentiële vragen ten grondslag liggen. Die hebben niks te maken met de enorme keuzevrijheid aan consumptiemiddelen of de manier waarop we ons leven inrichten, maar met onze keuzemogelijkheden met betrekking tot religiositeit/spiritualiteit/zingeving.

Dat ik in de supermarkt uit 24 smaken jam kan kiezen en dat het maken van een keuze daardoor moeilijker wordt dan wanneer er slechts 6 smaken in het schap hadden gestaan, is tot daar aan toe. Ik heb zelf niet het gevoel dat ik écht iets misloop wanneer ik vandaag aardbeienjam kies in plaats van bramenjam: ik maak statistisch gezien namelijk een redelijke kans om oud genoeg te worden om alle 24 smaken een keer te proeven voor ik sterf.

Dat er zes grote wereldgodsdiensten zijn en daarnaast nog onvoorstelbaar veel andere manieren om zin te geven aan het leven, daar raak ik wel van in de war. Bij jam is er niet iets als een objectief best smakende jam. De één houdt nu eenmaal meer van aardbei, de ander meer van braam. Ten aanzien van aannames op het gebied van zingeving, heb ik de overtuiging dat sommige aannames 'meer waar' zijn dan andere, omdat ze niet goed naast elkaar kunnen bestaan. God bestaat wel of niet. God grijpt in in de zintuigelijke werkelijkheid of niet. God is kenbaar of niet. Maar omdat ik (a) niet de levensduur heb om alle variaties op die aannames een tijdje te proberen en (b) deze aannames niet empirisch te bewijzen zijn, zal het me nooit echt duidelijk worden welke aannames het 'meest waar' zijn. Ik moet dus kiezen op basis van... gevoel? ervaring? meerderheidsargumenten? Dat kiezen is in zichzelf al lastig genoeg, maar anders dan bij jam, kan een keuze voor of tegen die aannames grote consequenties hebben voor de manier waarop ik dit leven leid.

Ik sluit vandaag opnieuw af met een quote. Dit keer uit 'Alice in Wonderland' van Lewis Caroll:
Alice: Would you tell me, please, which way I ought to go from here?
The Cat: That depends a good deal on where you want to get to
Alice: I don't much care where.
The Cat: Then it doesn't much matter which way you go.