You will never see the end of the road while you're traveling with me.
Posts tonen met het label Boele Ytsma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boele Ytsma. Alle posts tonen
woensdag 11 juli 2012
donderdag 14 juni 2012
Kaarten op tafel
Vandaag las ik Boele Ytsma's 'Van de kaart'. Ik heb het in één ruk uitgelezen, want pagina na pagina leek het boek niet alleen maar over hem te gaan, maar ook over mij: het proces van existentiële twijfel dat je overvalt en waar je niet voor kiest, de eenzaamheid die hierbij hoort, de frustratie, het gevoel van totale verlorenheid nadat je kaartenhuis ("Kathedraal van Zekerheden) in elkaar gedonderd is, the point of no return, het zoeken naar: wat nu? Zelfs Ytsma's bittere nasmaak na een onbarmharmtige en genadeloze boek(?)bespreking van Klaas Hendrikse's 'Geloven in een God die niet bestaat' in een radioprogramma van Andries Knevel kwam me bekend voor: ik beluisterde de bewuste uitzending een aantal maanden geleden, toen ik zocht naar het orthodox-christelijke op het boek in kwestie. Net zoals Ytsma kwam ik van een koude kermis thuis: weinig liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid of zelfbeheersing vielen Hendrikse ten deel.
Ik heb nieuwe dingen geleerd uit het boek van Ytsma. De 'Emerging Church' beweging bijvoorbeeld, daar had ik nog nooit van gehoord. Er blijkt een Nederlandse tak actief te zijn. Al googlend kwam ik op het spoor van bloggers, die net zo twijfelen als ik en zich niet langer gelovig willen noemen, maar zoekend. Bizar hoe bekend hun vragen me nu in de oren klinken, terwijl ik ze een aantal jaren geleden rustig terzijde gelegd zou hebben om vooral medelijden te voelen.
Maar, Ytsma's boek gaat toch ook weer niet helemáál over mij. Anders dan Ytsma kan ik de beweging terug naar de kerk (nog) niet maken, zelfs niet in de voetsporen van de Emerging Church - getuige mijn vorige blog over "De 10 mooiste bijbelverhalen van Zwolle". Daarbij speelt het door mij zo beleefde geen-gehoor van de gevestigde (orthodoxe) kerken op de oproep van nota bene Klaas Hendrikse in zijn open brief aan Arjan Plaisier, scriba van de PKN. van 5 januari 2009:
In vele toonaarden is mij het afgelopen jaar te verstaan gegeven dat de vraag naar God’s bestaan niet wezenlijk, of zelfs een gepasseerd station zou zijn.
Bij lezingen in het land hoorde ik andere geluiden: voor velen die oprecht proberen te geloven is die vraag juist essentieel: wat valt er (nog) te geloven als het bestaan van God wordt betwijfeld? Voor sommigen is mijn boek een steun in de rug, voor anderen is het een brug te ver. Maar zij kunnen en willen niet terug naar “de God van hun jeugd”. Waar kunnen ze terecht?
Er is een plaats nodig waarin zoekende mensen zoals ik alle vragen kunnen stellen die ze op hun hart hebben, zonder dat de antwoorden vooraf vaststaan en zonder dat de mogelijke antwoorden onderscheidend zullen werken. Ytsma hoopt in zijn boek op zo'n plaats: een radicaal-katholieke kerk waarin de kloof tussen orthodox en vrijzinnig overbrugd wordt doordat de focus wordt verlegd van waarheid zoeken naar waarachtigheid betonen.
Als ik Ytsma goed begrepen heb, verwacht hij trouwens wel dat de "kerkgangers" van die radicaal-katholieke kerk het er tenminste over eens zullen zijn dat Jezus de ultieme inspiratiebron is voor de waarachtigheid die ze tentoon willen spreiden. Maar neigt dat nou niet alsnog naar de instandhouding van waarheidsclaims die twijfelaars nu juist van zich af proberen af te schudden? Op basis waarvan zou ik een dergelijk geloof kunnen of moeten aanhangen? Is het niet een "quick fix" voor het ineenstorten van die "Kathedraal van Zekerheden"? Een laatste stukje dat overeind mag blijven staan, omdat de naakte waarheid wel erg naakt is?
Ik heb geen antwoord op die vraag, maar verwacht dat Hendrikse het wel zal formuleren in zijn tweede boek: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon". Hij deed dat eigenlijk al met zoveel woorden in zijn eerste boek, door zich de kerk als een eetcafé voor te stellen, waar mensen van divers pluimage onder de maaltijd zouden kunnen spreken over God. Bijbel, Koran, de krant. Meer spiritualiteit, minder christendom. Ik weet niet of dat de toekomst van de kerk moet zijn. Ytsma bepleit terecht dat de kerk zijn bestaansrecht ontleent aan haar gericht-zijn op Jezus. En dus stel ik mezelf maar weer eens de gewetensvraag: Heeft de kerk, heeft mijn oude geloof nog toekomstmuziek in zich? Of kan ik maar beter nu alvast plaatsnemen in een wilelkeurig eetcafé en kijken of daar andere twijfelaars te vinden zijn...?
Ik heb nieuwe dingen geleerd uit het boek van Ytsma. De 'Emerging Church' beweging bijvoorbeeld, daar had ik nog nooit van gehoord. Er blijkt een Nederlandse tak actief te zijn. Al googlend kwam ik op het spoor van bloggers, die net zo twijfelen als ik en zich niet langer gelovig willen noemen, maar zoekend. Bizar hoe bekend hun vragen me nu in de oren klinken, terwijl ik ze een aantal jaren geleden rustig terzijde gelegd zou hebben om vooral medelijden te voelen.
Maar, Ytsma's boek gaat toch ook weer niet helemáál over mij. Anders dan Ytsma kan ik de beweging terug naar de kerk (nog) niet maken, zelfs niet in de voetsporen van de Emerging Church - getuige mijn vorige blog over "De 10 mooiste bijbelverhalen van Zwolle". Daarbij speelt het door mij zo beleefde geen-gehoor van de gevestigde (orthodoxe) kerken op de oproep van nota bene Klaas Hendrikse in zijn open brief aan Arjan Plaisier, scriba van de PKN. van 5 januari 2009:
In vele toonaarden is mij het afgelopen jaar te verstaan gegeven dat de vraag naar God’s bestaan niet wezenlijk, of zelfs een gepasseerd station zou zijn.
Bij lezingen in het land hoorde ik andere geluiden: voor velen die oprecht proberen te geloven is die vraag juist essentieel: wat valt er (nog) te geloven als het bestaan van God wordt betwijfeld? Voor sommigen is mijn boek een steun in de rug, voor anderen is het een brug te ver. Maar zij kunnen en willen niet terug naar “de God van hun jeugd”. Waar kunnen ze terecht?
Er is een plaats nodig waarin zoekende mensen zoals ik alle vragen kunnen stellen die ze op hun hart hebben, zonder dat de antwoorden vooraf vaststaan en zonder dat de mogelijke antwoorden onderscheidend zullen werken. Ytsma hoopt in zijn boek op zo'n plaats: een radicaal-katholieke kerk waarin de kloof tussen orthodox en vrijzinnig overbrugd wordt doordat de focus wordt verlegd van waarheid zoeken naar waarachtigheid betonen.
Als ik Ytsma goed begrepen heb, verwacht hij trouwens wel dat de "kerkgangers" van die radicaal-katholieke kerk het er tenminste over eens zullen zijn dat Jezus de ultieme inspiratiebron is voor de waarachtigheid die ze tentoon willen spreiden. Maar neigt dat nou niet alsnog naar de instandhouding van waarheidsclaims die twijfelaars nu juist van zich af proberen af te schudden? Op basis waarvan zou ik een dergelijk geloof kunnen of moeten aanhangen? Is het niet een "quick fix" voor het ineenstorten van die "Kathedraal van Zekerheden"? Een laatste stukje dat overeind mag blijven staan, omdat de naakte waarheid wel erg naakt is?
Ik heb geen antwoord op die vraag, maar verwacht dat Hendrikse het wel zal formuleren in zijn tweede boek: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon". Hij deed dat eigenlijk al met zoveel woorden in zijn eerste boek, door zich de kerk als een eetcafé voor te stellen, waar mensen van divers pluimage onder de maaltijd zouden kunnen spreken over God. Bijbel, Koran, de krant. Meer spiritualiteit, minder christendom. Ik weet niet of dat de toekomst van de kerk moet zijn. Ytsma bepleit terecht dat de kerk zijn bestaansrecht ontleent aan haar gericht-zijn op Jezus. En dus stel ik mezelf maar weer eens de gewetensvraag: Heeft de kerk, heeft mijn oude geloof nog toekomstmuziek in zich? Of kan ik maar beter nu alvast plaatsnemen in een wilelkeurig eetcafé en kijken of daar andere twijfelaars te vinden zijn...?
Labels:
Boele Ytsma,
emerging church,
geloof,
Jezus,
kerk,
Klaas Hendrikse,
PKN
zondag 10 juni 2012
De Heer en het weer
Aan het begin van de middag was ik bij de opening van de grote finale van het project over de 10 mooiste bijbelverhalen in Zwolle. Het zonnetje scheen en ik was niet de enige die vond, dat dat mooi meegenomen was. De presentator zei namelijk: "Wat een prachtig weer! En weet je wat dat betekent? God is er bij!" Prompt wilde ik naar huis.
Ik ben de afgelopen maanden vreselijk allergisch geworden voor uitspraken die God reduceren tot ons voorstellingsvermogen. Wat nu, als het geregend had? Was God dan ergens anders geweest? Had daaruit gebleken dat God geen behoefte had aan het evenement? Zou het mislukt geweest? Is Gods goedkeurig zichtbaar in het weer?
Mijn oma zegt wel eens: "Wie moppert op het weer, die moppert op de Heer". Daaruit zou je dan moeten concluderen, dat God het weer bestuurt. Daar zie ik zelf niet zoveel heil in, maar ze zegt daarmee ook met zoveel woorden: "Hoe God zich tot het weer verhoudt, daar hebben wij mensen geen idee van". Dat is mijns inziens al een sterke verbetering ten opzichte van Gods zegen of nabijheid uit het weer te willen afleiden.
Het mooiste bijbelverhaal van Zwolle bleek trouwens (op basis van 5.000 stemmen) het Paasverhaal te zijn. Wat wilde ik graag dat ik daar zonder enige terughoudendheid naar kon luisteren als "waargebeurd" en "ongecompliceerd". Maar die tijd lijkt voorbij. De laatste dagen lees ik Harry Kuiterts 'Jezus: nalatenschap van het christendom'. Daarin lees ik tot nu toe nog geen schokkende nieuwe informatie. Het is meer een samenvatting van een door mij ingeslagen weg. Een weg die misschien niet zo goed meer past bij dat evenement over de 10 mooiste bijbelverhalen in Zwolle.
Diep in mijn hart vind ik het jammer. Ik kan het geluid van het evenement in de tuin horen en ik weet dat ik er geen deel vanuit maak. Of in ieder geval: er op zo'n andere manier deel vanuit maakt, dat anderen me waarschijnlijk niet langer herkennen als één-van-ons. Dat besef stemt me vaak tot nadenken. Heb ik het mis? Ga ik te ver? Zou ik niet kunnen terugkeren naar dat land van zeker weten?
Een bekende die ik tegenkwam in de trein van Utrecht naar Zwolle, wees me op 'Van de Kaart', een boek van Boele Ytsma. In dat boek -ik moet het nog lezen- vertelt hij over zijn proces van existentiële twijfel. Over (in zijn eigen woorden) hoe "alles dat heilig voor je was, veranderde in de meest onwaarschijnlijk onzin die je maar bedenken kon". Bij het (online) lezen van het eerste hoofdstuk van zijn boek, voel ik me even ietsje minder statenloos dan vanmiddag in het park.
Ik ben de afgelopen maanden vreselijk allergisch geworden voor uitspraken die God reduceren tot ons voorstellingsvermogen. Wat nu, als het geregend had? Was God dan ergens anders geweest? Had daaruit gebleken dat God geen behoefte had aan het evenement? Zou het mislukt geweest? Is Gods goedkeurig zichtbaar in het weer?
Mijn oma zegt wel eens: "Wie moppert op het weer, die moppert op de Heer". Daaruit zou je dan moeten concluderen, dat God het weer bestuurt. Daar zie ik zelf niet zoveel heil in, maar ze zegt daarmee ook met zoveel woorden: "Hoe God zich tot het weer verhoudt, daar hebben wij mensen geen idee van". Dat is mijns inziens al een sterke verbetering ten opzichte van Gods zegen of nabijheid uit het weer te willen afleiden.
Het mooiste bijbelverhaal van Zwolle bleek trouwens (op basis van 5.000 stemmen) het Paasverhaal te zijn. Wat wilde ik graag dat ik daar zonder enige terughoudendheid naar kon luisteren als "waargebeurd" en "ongecompliceerd". Maar die tijd lijkt voorbij. De laatste dagen lees ik Harry Kuiterts 'Jezus: nalatenschap van het christendom'. Daarin lees ik tot nu toe nog geen schokkende nieuwe informatie. Het is meer een samenvatting van een door mij ingeslagen weg. Een weg die misschien niet zo goed meer past bij dat evenement over de 10 mooiste bijbelverhalen in Zwolle.
Diep in mijn hart vind ik het jammer. Ik kan het geluid van het evenement in de tuin horen en ik weet dat ik er geen deel vanuit maak. Of in ieder geval: er op zo'n andere manier deel vanuit maakt, dat anderen me waarschijnlijk niet langer herkennen als één-van-ons. Dat besef stemt me vaak tot nadenken. Heb ik het mis? Ga ik te ver? Zou ik niet kunnen terugkeren naar dat land van zeker weten?
Een bekende die ik tegenkwam in de trein van Utrecht naar Zwolle, wees me op 'Van de Kaart', een boek van Boele Ytsma. In dat boek -ik moet het nog lezen- vertelt hij over zijn proces van existentiële twijfel. Over (in zijn eigen woorden) hoe "alles dat heilig voor je was, veranderde in de meest onwaarschijnlijk onzin die je maar bedenken kon". Bij het (online) lezen van het eerste hoofdstuk van zijn boek, voel ik me even ietsje minder statenloos dan vanmiddag in het park.
Abonneren op:
Reacties (Atom)