Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen

vrijdag 15 juni 2012

Here, zegen dit eten. Amen.

Als alles op de schop gaat, komen er vraagtekens te staan op plaatsen waar je ze niet wilt hebben. De opvoeding van onze kinderen bijvoorbeeld leek altijd redelijk overzichtelijk: ze zouden gedoopt, mee naar de kerk, we zouden bidden en bijbellezen aan tafel, we zouden... Maar nu is niets meer vanzelfsprekend.

Een confrontatie met bovenstaande constatering vindt elke dag tenminste drie keer plaats: ochtend, middag en avond. Want voor elke maaltijd dreunen we nog steeds braaf op: "Here, zegen dit eten. Amen." Mijn getwijfel is één ding, maar vaste rituelen die ooit ergens hun oorsprong hadden en toen betekenisvol leken, geef je niet zomaar op.

Desondanks moet ik toegeven dat ik het Herezegenditetenamen altijd al een vreemd gebed gevonden heb. Waarom spreken we het überhaupt uit? Wordt mijn eten er anders van? Wat betekent 'zegen'? Wat vraag ik God eigenlijk? Of is de bedoeling van het stiltemoment voor de maaltijd: mij herinneren aan de honger van anderen? Maar als dat zo is, waarom geven we dáár dan geen uitdrukking aan? Staat God überhaupt wel in relatie tot mijn eten?

Ik ben niet opgegroeid met het idee dat er een bovennatuurlijke kracht loskomt wanneer je iets of iemand zegent. Ik ben eerder grootgebracht met de opvatting, dat zegen is: het goede toewensen, goed spreken over. Later werd ik beïnvloed door andere opvattingen: er "gebeurt"iets als je zegen uitspreekt, machten en krachten komen in beweging, engelen bestrijden demonen. Frank Peretti beschreef zogezegd de realiteit van de hemelse gewesten.

Zo is mijn wereldbeeld, mijn godsbeeld in elk geval niet meer, dus zo kan ik het woord zegen niet meer zien. Maar wat betekent zegenen dan wel, en kan ik er nog iets mee? Zegen is voor mij zo onlosmakelijk verbonden aan God: kan en mag ik het woord nog wel gebruiken als God op losse schroeven staat?

Op de website van de Hebreeuwse Volksschool wordt de verbinding gelegd tussen de Hebreeuwse woorden בָּרַך, bárakh (zegenen) en דָּבָר, dábhar (een zinvol woord zeggen). Door te zegenen, maken we de gezegende groter. Frappant dat het joodse tafelgebed, dat ook op deze pagina te vinden is, zó anders klinkt dan Herezegenditetenamen. Het past woorden toe uit onder andere de psalmen, waardoor het gebed gericht blijkt te zijn op God en niet op het eten:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, koning van de wereld, Die de vrucht van de wijnstok hebt geschapen.
Gezegend zijt Gij, eeuwige, onze God, koning van de wereld, Die het brood uit de aarde doet voortkomen.

God zegenen. Dat klinkt al een stuk meer voordehandliggend dan mijn eten zegenen. Volgens Jos Douma moeten dit ook de woorden geweest zijn die Jezus zei, voordat hij (volgens het verhaal van Marcus 8) eten uitdeelde aan zijn luisteraars. Maar het zijn geen woorden die ik zomaar nazeggen kan. Tegelijkertijd: Herezegenditetenamen voldoet niet meer. Kan ik een ander, een nieuw gebed mijn strot uit krijgen? Eén waarvan ik (nu nog) niet weet tot wie ik het richten moet? Of blijven we voortaan bij gebrek aan beter zwijgzaam stil?

Ik zie nu al op tegen de lunch.

zondag 15 april 2012

Time's up

De veertigdagentijd is alweer lang voorbij. Niet verrast, maar toch een beetje teleurgesteld denk ik verder. Pasen is gekomen en gegaan, het deed me weinig. Datzelfde gold voor Advent en Kerst in december. Toch laat het verhaal van God uit de Bijbel me niet los.

Ik heb lang geprobeerd te varen op mijn belijdenistekst uit Spreuken: Vertrouw op de Here met uw ganse hart, en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken. Of, in de woorden van de Nieuw Bijbelvertaling: Vetrouw op de Heer met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.

Ik heb gedacht dat dit betekende dat ik mijn ratio niet zou mogen laten spreken. De bundel 'Geleerd & Gelovig' onder redactie van Cees Dekker is in die zin een troost: er zijn plenty wetenschappers die hun ratio gebruiken, maar zich toch aangesproken weten door het evangelie. Er is voor hen ruimte om na te denken en in diezelfde ruimte woont God.

Het gedicht dat Cees Dekker aanhaalt op de laatste pagina van zijn bijdrage aan de bundel, citeer ik hieronder. Het verwoordt waar ik naar op zoek ben en ondanks het niet-vinden van de afgelopen maanden, vat ik toch maar weer moed en houdt voor ogen, dat ik ooit zal aantreffen wat de Oostenrijkse wetenschapper Erwin Schrödinger zei in zijn boek 'Nature and the Greeks':

"I am very astonished that the scientific picture of the real world around me is deficient. It gives a lot of factual information, puts all our experience in a magnificently consistent order, but it is ghastly silent about all and sundry that is really near to our heart, that really matters to us. It cannot tell us a word about red and blue, bitter and sweet, physical pain and physical delight; it knows nothing of beautiful and ugly, good or bad, God and eternity. Science sometimes pretends to answer questions in these domains, but the answers are very often so silly that we are not inclined to take them seriously."

en

"In particular, and most importantly, this is the reason why the scientific worldview contains of itself no ethical values, no esthetical values, not a word about our own ultimate scope or destination, and no God, if you please. Whence came I and whither go I?"

***

Er was een dag - Arie van Nieuwenhuis

er was een dag
dat sterren achter donker glas
mij wenkten en ik werd
verwonderd wakker besefte
was stof en zoekende
werd ik gevonden en tastende
werd ik geraakt
door de Eeuwige
buiten de tijd en


ook al ben ik nog niet af
mijn zwakke kleuren
nu nog onomlijnd
nog niet verfijnd
ik ben bewogen
en reik dieper en
ook al breekt mijn licht
te vaak versnippert het
op barstend glas
Hij schept iets moois
uit wat ik ben en was
Hij licht me bij
Hij klopt
in mijn heelal

woensdag 4 april 2012

Bid onophoudelijk

Als kind leerde ik op een evangelisch bijbelkamp: bidden is praten met God.
Ik vond dat toen al vreselijk verwarrend.
Want óf ik deed iets fout (ik had namelijk nooit en nog steeds niet het idee dat ik concrete antwoorden kreeg op mijn naar God uitgesproken gedachten of woorden) óf ik moest het woord praten ruimer interpreteren dan spreken, taalklanken gebruiken, woorden uiten. Dat laatste lijkt de oplossing voor de vraag waarom het praten van God anders is dan het praten van mensen. Het brengt bij mij vooral de vraag naar boven waarom we bidden niet gewoon anders definiëren.

Ik hoop in elk geval dat mijn kinderen niet besmet zullen raken met het idee dat je zou kunnen 'praten' met God. Die definitie van bidden mag van mij gisteren nog worden afgeschaft. Bidden lijkt mij maximaal een praten richting God. Of rust vinden in God. Of concentreren op de Eeuwige. Of... Ik kan legio betere definities verzinnen dan 'praten met God' die het mysterieuze aspect van gebed geen geweld aandoen. Dat sommige mensen menen een reactie te ontvangen op hun gebed, is bij gebruik van zo'n andere definitie mooi meegenomen. Maar het is niet langer de norm, terwijl 'praten met God' in zichzelf actie-reactie veronderstelt.

Op catechisatie leerde ik een ezelsbruggetje van b's met betrekking tot bidden. Ik meen me te herinneren dat het ging om 5xb:
- bedanken
- belijden (als in biechten)
- beloven
- beklagen
- bevragen
Of dit ook de juiste volgorde is, weet ik niet. Maar het vereist in elk geval een andere definitie dan 'praten met God', anders brengt het een mens meer frustratie dan vrede.

In het onderstaande gebed van Franciscus van Assisi zie ik dat gebed veel meer een handelend spreken is, dan een verzoek indienen of beslissingsbevoegdheid over je leven bij God neerleggen. Dat is voor mij bijzonder bevrijdend. Ik hoef niet om elke hap eten een zegen te vragen, ik hoef God niet aan te klagen en op antwoord te wachten, ik hoef niet aan God voor te leggen of ik een rode of blauwe auto zal kopen, ik hoef me niet af te vragen met welke talenten God mij wil laten woekeren in mijn werkomgeving... het is levenshouding, levenshouding, levenshouding dat de klok slaat in een tijd van gebed en de reactie op mijn spreken ben ikzelf, door te handelen naar dat spreken.

Heer, maak mij tot instrument van Uw vrede:
dat ik, wat haat is, liefde breng;
waar schuld is: vergeving;
waar tweedracht is: eenheid;
waar dwaling is: waarheid;
waar twijfel is: geloof;
waar wanhoop is: hoop;
waar duister is: licht;
waar narigheid is: blijdschap;

Geef dat ik zoek
niet zozeer getroost te wórden, alswel te troosten;
niet zozeer begrepen te wórden, alswel te begrijpen;
niet zozeer bemind te wórden, alswel te beminnen.

Want wie geeft, ontvangt;
wie zichzelf vergeet, vindt zichzelf;
wie vergeeft, wordt vergeven;
wie sterft, krijgt eeuwig leven.
Amen.

(Francissus van Assisi, 1182-1226)


Dat brengt me op Dorothee Sölle, een Duitse theologe. Ze schreef theologische werken, maar ook gedichten, politeke avondgebeden, schuld- en geloofsbelijdenissen. Sölle stelde dat God de mens nodig heeft: God has no hands except from our hands (een citaat van Teresa van Avila). Ze was ook degene die de term christofascisme introduceerde. Theoloog Tom Faw Driver waarschuwt hiervoor in 'Christ in a changing world: toward an ethical Christology', door erop te wijzen hoe christofascisme ertoe leidt dat christenen hun zienwijze opleggen in religie, in cultuur, in politiek. Sölle was hier wars van, zag het als een arrogante, totalitaire, imperalistische houding van de kerk. In eerste instantie van de Duitse kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog, in tweede instantie van de kerk met een autoritaire theologie.

Hoe anders dan dat is -gelukkig maar- de theologie van Sölle. Zij stelt dat we God anders moeten begrijpen dan we tot nu toe gedaan hebben. God is geen almachtig wezen, medeaansprakelijk voor ons lijden, maar hij lijdt met ons mee. En de mens heeft de verantwoordelijkheid om samen te strijden tegen dit lijden: tegen onderdrukking, sexisme, antisemitisme en elke andere vorm van autoritarisme.

Natuurlijk is er de nodige kritiek geweest op Dorothee Sölle. Voor mij is het belangrijkste, dat ze handelde naar haar spreken. Ze was actief in de politiek, sprak zich uit over allerlei controversiële thema's zoals de Vietnamoorlog, en organiseerde het Politisches Nachtgebet. Bij die gebedsdiensten ging het niet alleen om bidden. Nee, er werd informatie gegeven over de thema's van de avondgebeden, sprekers uitgenodigd, gediscussieerd... Het werd Sölle door de Duitse kerk trouwens niet allemaal in dank afgenomen - men vond haar misschien te activistisch. En dat terwijl ik denk: is dat niet hetgene wat overblijft, als je de bijbel ontdoet van cultuurhistorische en historisch-kritische ballast? Dan kun je toch eigenlijk niet anders? Dorothee Sölle had helemaal gelijk toen ze de kerk, toen ze de christen, toen ze ieder die iets meent te kunnen zeggen over God, irriteerde met haar Politische Nachtgebeten. "Gerechtigkeit ist ein Name Gottes"!

Minderheiten

Lehre uns minderheit werden gott
in einem land das zu reich ist
zu fremdenfeindlich und zu militärfromm
paß uns an deine gerechtigkeit an
nicht an die mehrheit
bewahre uns vor der harmoniesucht
und den verbeugungen vor den großen zahlen


Sieh doch wie hungrig wir sind
nach deiner klärung
gib uns lehrerinnen und lehrer
nicht nur showmaster mit einschaltquoten
sie doch wie durstig wir sind
nach deiner orientierung
wie sehr wir wissen wollen was zählt


Verschwistere uns mit denen die keine lobby haben
die ohne arbeit sind und ohne hoffnung
die zu alt sind um noch verwertet zu werden
zu ungeschickt und zu nutzlos


Weisheit gottes zeig uns das glück derer
die lust haben an deinem gesetz
und über deiner weisung murmeln tags und nachts
sie sind wie ein baum
gepflanzt am frischen wasser
der frucht bringt zu seiner zeit


Voor wie iets meer wil weten over Dorothee Sölle: http://www.streventijdschrift.be/artikels/04/WolfSolle.htm

maandag 26 maart 2012

Divine intervention

Zo af en toe kom ik weer eens wat tegen, dat mij oproept te geloven in goddelijke interventie als gevolg van gebed. Als ik ergens mee worstel, dan is dat het wel.

Vanmiddag lag ik in de tuin te slapen, in het zonnetje. Heerlijk. Ik zou elke dag wel zo in het zonnetje willen zitten. De boer om de hoek vindt dit waarschijnlijk een minder goed idee.

Ik begrijp heus wel dat het niet elke dag in Nederland zo warm kan zijn, tenzij het klimaat op onze planeet rigoureus verandert. Dat zou waarschijnlijk een Holland-in-zee veroorzaken, dus thanks-but-no-thanks. Mijn punt is dan ook: er zijn zomerse dagen waarop in de stad uitbundig gedankt wordt voor het fijne ijscoweer, terwijl de agrariërs in de regio zuchten om een beetje regen. Wat moet ik me in zo'n situatie voorstellen van goddelijke interventie als gevolg van gebed?

Sommige mensen vinden dat God, zo die bestaat in de vorm die mij tot nu toe is geleerd, moet worden betrokken bij iedere beslissing in ons leven. Je huis verkopen, een andere baan zoeken, een vakantie boeken, etcetera. Ik weet het niet, hoor...

Er zijn ook mensen die claimen dat hun gebed voor kinderen het leven van die kinderen daadwerkelijk verandert. Ook daarvan zeg ik: ik weet het niet, hoor. Ik wil het ZO graag geloven, maar ik vermoed dat een kwartier mediteren over de bewuste kinderen, of een brief schrijven aan die kinderen hetzelfde effect zou hebben. Omdat het mensen betrokken maakt op die kinderen, hun levens ze aan het hart gaan, ze van zich zullen laten horen aan deze kinderen. Dat dát een verschil maakt, daar durf ik mijn hand wel voor in het vuur te steken.

Wat is er mis mee als ik in mijn leven in de eerste plaats nastreef: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Moet ik dan per se God bidden om de context waarin ik die zaken nastreef? Het lijkt me tijdverspilling aan beide kanten.

En, als ik dan ga bid, zou ik dan niet vooral richting mezelf moeten bidden, zodat mijn levenshouding te verbetert? Het lijkt me zoveel nuttiger dan God te bidden of hij de hongerigen in Afrika voeden wil, of de bejaarden in het bejaardentehuis nabij wil zijn. Ik krijg van dat soort gebeden een alleswordtnieuwsyndroom: "stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw".

Ondertussen leunt de mens nog eens achterover in zijn luie stoel: God zal het wel oplossen. Jaja.

dinsdag 28 februari 2012

Zoek en vind

Na een week nadenken ben ik nog niet veel verder gekomen dan:
- ik acht het niet onmogelijk dat er een god(en) bestaat en
- niemand kan met zekerheid zeggen of er zoiets bestaat als ziel of geest, maar dit kan ook niet zonder meer ontkend worden.
Een mager resultaat als je het mij vraagt.

Er zijn natuurlijk ook andere manieren dan rationeel redeneren om uit te zoeken of god(en) en/of de menselijke ziel/geest bestaan. Eén manier is proefondervindelijk leren. Maar proefondervindelijk leren geloven... kan dat eigenlijk wel? Zou dat kunnen leiden tot inzicht in wat waar is en wat niet?

Ik hoef maar om me heen te kijken om te weten dat proefondervindelijk leren geloven mij geen objectieve waarheden zal opleveren.

Een eerste probleem is dat proefondervindelijk leren geloven vrij regelmatig mislukt. Gegevens van het Sociaal Cultureel Planbureau laten zien dat er de laatste jaren veel is veranderd op de religieuze kaart van Nederland. Een groot percentage van de Nederlandse bevolking heeft in de afgelopen decennia afscheid genomen van godsdienst, in het bijzonder van het christelijke geloof. Een groot aantal mensen noemt zich tegenwoordig atheïst, nontheïst, niet-religieus, etcetera. Ze zullen misschien niet allemaal geprobeerd hebben God te vinden, maar een deel van deze groep zal oprecht teleurgesteld zijn in godsdienst, kerk en God. Dat is jammer, vooral in het licht van bijbelse uitspraken in zowel het bijbelboek Mattheüs als Lucas "Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan". Wat er ook mee bedoelt wordt, blijkbaar niet dat mensen die God zoeken, die God altijd ontmoeten.

Oei! Voor een christelijke fundamentalist is die laatste opmerking voer voor cognitieve dissonantie! Hoe kunnen er nou mensen zijn, die wel zoeken, maar niet vinden? Mogelijke ontsnappingen hieruit: deze mensen zullen niet hard genoeg gezocht hebben, of ze hebben op een verkeerde manier gezocht, of ze zijn niet kritisch geweest in hun zelfonderzoek en hebben daardoor God 'gemist', ze waren niet geduldig genoeg, enzovoorts.

(Atheïsten die elke aanwijzing voor het bestaan van een metafysische werkelijkheid afwijzen met bijvoorbeeld een verwijzing naar Richard Dawkin's memenverklaring' (voor de aanwezigheid van godsdienst bij de menselijke soort: het brengt een evolutionair voordeel en that's it) zijn trouwens geen haar beter dan fundamentalistische christenen. Ook zij laten geen ruimte over voor alternatieve verklaringen of gebeurtenissen die tornen aan hun versie van de werkelijkheid.)

Hiermee kom ik op mijn tweede probleem met proefondervindelijk leren geloven. Ik noem dit soort ontsnappingen systeemantwoorden. Ieder mens heeft standaard systeemantwoorden op vragen die cognitieve dissonantie oproepen. Dat moet ook wel, want anders zou onze deelname aan de werkelijkheid vreselijk vermoeiend worden. Ik kan me er in ieder geval niet voorstelen wat er zou gebeuren als ik niets meer voor waar, werkelijk of logisch zou willen aannemen. Het zou me al in de problemen brengen aan het begin van de dag: ik zou uren kunnen liggen twijfelen in mijn bed of mijn wekker nu een fysieke werkelijkheid is en of het wel of niet redelijk is om naar aanleiding van die wekker uit mijn bed te komen. Er zijn niet voor niets maar weinig mensen (zijn ze er überhaupt wel?) die de solipsistische studeerkamerbenadering toepassen op hun leven van alledag: we geloven dat de wekker onderdeel van een zintuigelijke werkelijkheid is, we geloven dat ons lichaam dat opstaat uit bed dat ook is, we geloven we andere mensen zintuigelijk zien, aanraken, etcetera. In feite is ieder mens daarmee een gelovige. Niemand kan immers echt méér weten dan Descartes' eerste klare idee: "Ik denk, dus ik besta", maar we varen wel bij een denksysteem van veronderstellingen dat veel verder gaat dan dat. En het is prettig om systeem zo goed mogelijk in stand houden, zelfs als dit betekent dat we de waarheid af en toe geweld aan doen.

Ik heb niet zozeer problemen met dat cognitieve dissonantie optreedt in het menselijk brein, maar wél dat het mensen ervan weerhoudt waarheden te vinden c.q. onwaarheden te ontkrachten.
Een verslaafde roker die weet dat hij een groter risico loopt om longkanker te krijgen, zal tegen zichzelf zeggen: "Maar ik ken mensen die rookten als een ketter en 90 werden!" Alsof het risico op longkanker daar minder van wordt. Maar hij kan in ieder geval zonder scrupules zijn volgende sigaretje opsteken. Cognitieve dissonantie is erop gericht in stand te houden wat al was. Systeemantwoorden zijn daarom niet betrouwbaar. Wanneer ik proefondervindelijk zou moeten leren geloven, ben ik bang dat mijn kennis over God en mezelf voor een groot deel zullen gaan bestaan uit het resultaat van cognitieve dissonantie. Philip Yancey zegt in zijn boek Op zoek naar de onzichtbare God: "Het is niet zo dat ik eerst God leer kennen om vervolgens zijn wil te doen. Integendeel, ik leer Hem kennen door zijn wil te doen." Ik vraag me af wat er zou gebeuren als ik probeerde het Flying Spaghetti Monster te leren kennen...

Ik zie trouwens wel de winst die ik met proefondervindelijk leren geloven zou kunnen behalen. Uit onderzoek van Peter de Rijk ("Bidden in de GGZ", 2010) is gebleken dat bidden chronisch psychiatrische patiënten binnen de transmurale zorg goed doet. Bidden houdt blijkbaar verband met de geestelijke gezondheid. In de studie van Peter de Rijk speelt de entiteit tot wie het gebed gericht wordt geen rol, het gaat puur om het proces/de taak van het bidden. Proost op mijn geestelijke gezondheid dan maar?