Posts tonen met het label Dick Swaab. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dick Swaab. Alle posts tonen

donderdag 20 september 2012

Demasqué van de ziel?

What if you slept, and what if in your sleep you dreamed, and what if in your dream you went to heaven and there plucked a strange and beautiful flower, and what if when you awoke you had the flower in your hand?

Ah, what then?

Samuel Taylor Coleridge

Nog niet zo lang geleden was Bert Keizer in mijn woonplaats voor een lezing. Helaas kon ik er niet heen, maar ik was wel erg benieuwd naar wat hij te zeggen had over het thema "Waar blijft de ziel?" Die vraag was ook al de titel van zijn essay voor de Maand van de Filosofie in 2012: blijkbaar houdt deze kwestie de postmoderne mens bezig?

Gelukkig hebben we google, en vond ik onder andere een interview dat een tipje van de sluier oplichtte over Keizers visie op de ziel. Hij werd geïnterviewd voor Filosofie Magazine naar aanleiding van zijn boek Onverklaarbaar bewoond. Het wonderlijke domein van de hersenen. Keizer liep en keek voor dit boek een tijdje mee op de afdeling Hersenchirurgie van het VUmc. In het interview naar aanleiding van de publicatie van dit boek, staat: "In zijn slotwoord schrijft Keizer dat hij ‘alleen maar dieper verstrikt geraakt is in de onontkoombaarheid van ons samenvallen met de hersenen’. Dan zou je zeggen dat de ‘ziel’ als concept onbruikbaar is geworden. Maar hij houdt wel degelijk vast aan dat begrip. Keizer: ‘Ik ben geen reductionist, die zegt: “Liefde is eigenlijk slechts een chemische reactie, enkel een kwestie van stofjes.” Het feit dat je een bepaald fenomeen óók terugziet als een chemische reactie, wil niet zeggen dat het enkel daaruit bestaat."

Denk nu maar niet dat je Keizer nu zult kunnen betrappen op enige vorm van "buitenlichamelijkheid" (of: "buitenwetenschappelijkheid"). Want hoewel hij afstand neemt van het materialistisch-reductionistische perspectief ("Gooi je dan een kind op het vuur als je het koud hebt – een kind is toch ook slechts een verzameling moleculen?"), ziet hij net zo min heil in de opvattingen van bijvoorbeeld Pim van Lommel.

Pim van Lommel deed onderzoek naar bijna-doodervaringen en publiceerde hierover in 2001. Na zijn emeritaat schreef hij ter aanvulling de dikke pil Eindeloos Bewustzijn, waarin hij stelt dat het menselijk bewustzijn na de dood buiten het lichaam blijft bestaan. Dit correspondeert prettig met het christelijke idee over de ziel, hoewel de BDE's tegelijkertijd een behoorlijke uitdaging vormen voor de traditioneel christelijke leer. Het zijn namelijk zeker niet alleen christenen die een tunnel van licht zien of diepe liefde ervaren tijdens hun BDE.

Nu zou ik met alleen dat gegeven best kunnen leven, maar daarnaast is er op Van Lommel bovendien nogal wat (mijns inziens vaak terechte) kritiek. Die kritiek leidt ertoe dat ik nu niet 1-2-3 de barricades opdurf met een pleidooi voor een hiernamaals.

Bert Keizer reikt in het genoemde interview een middenweg aan, geïnspireerd door het werk van Alva Noë. Noë zegt dat het menselijke bewustzijn niet te reduceren is tot ons brein (Dick Swaab), maar dat hier meer voor nodig is. Ook onze opvoeding, onze cultuur, ons lichaam, enzovoorts spelen een rol. In een artikel zegt Noë: "The brain is essential for our lives, physiology, health and experience. But the idea that it is the whole story, or even the key to understanding the story, is not a scientific conclusion. It’s a prejudice. Consciousness requires the joint operation of the brain, the body and the world." Een onderzoek van wetenschappers van de Universiteit van Iowa lijkt hem gelijk te geven: patient R tart de huidige opvattingen over de plaats van het zelfbewustzijn in de hersenen. Zo doet Noë recht aan de huidige stand van de medische wetenschap én aan het menselijk gevoel dat er méér een rol speelt in het leven dan alleen onze schedelinhoud.

Drie zaken lijken echter een uitdaging vormen voor zowel het materialistisch-reductionistisch perspectief als het idee van Alva Noë:
  • vericidale perceptie - dat wil zeggen: visuele waarnemingen/hallucinaties tijdens een staat van hersendood, waaronder aan aantal verhalen van mensen die visuele waarneming hadden gehad tijdens een Out of Body Experience, terwijl ze van hun geboorte af blind waren geweest. (Helaas zijn sommige van deze accounts vals of niet meer te traceren, maar andere verhalen lijken de skepsis toch echt te kunnen doorstaan. De hoeveelheid BDE's is sowieso indrukwekkend. Hiernaar is op dit moment het AWARE-onderzoek gaande door onderzoeksleider Sam Parnia, resultaten verwacht in 2012);
  • terminale luciditeit - dat wil zeggen: een onverwachte mentale helderheid en terugkeer van geheugen vlak voor iemand sterft, met name bij mensen met zware psychologische of neurlogische aandoeningen als ernstige schizofrenie en Alzheimer. Een aantal cases wordt hier besproken;
  • zelfbewustzijn en een hoger IQ dan verwacht op basis van de hersenwetenschappen bij mensen met een zeer ernstige vorm van hydrocefalus (waterhoofd);
Veel materialistisch-reductionisten zetten voor hun skepsis Ockhams scheermes in: het principe dat men niet het bestaan van iets moet veronderstellen als onze ervaringen ook op een andere manier kunnen worden verklaard. Laat ik vooropstellen: de toepassing van Ockhams scheermes heeft ons veel gebracht, waaronder kennis over ons lichaam en daarmee genezing van voorheen ongeneeslijke kwalen. Maar Ockhams scheermes bewerkstelligt ook, dat de wetenschap vooral dat zal vinden waartoe zij haar zoekveld heeft beperkt: een fysieke verklaring voor een fysieke werkelijkheid, een beschrijving van mechanismen.

De wetenschap vertelt ons volgens mij dan ook net niks over de antwoorden op de Grote Vragen naar wat zich buiten of naast de door haar beschreven mechanismen zou kunnen afspelen. Ockham zelf zou het in ieder geval vast geen goed idee gevonden hebben om het bovennatuurlijke van een werkelijkheid tot een veronderstelling te reduceren. Hij was namelijk monnik...

De regenboog bestaat nog steeds als alle mensen blind worden.
Zou dat niet ook voor de ziel kunnen gelden?

(Een interessante video van onderzoekers naar BDE's vind je hier, waarin Sam Parnia als schrale troost voor zielezoekers met redelijke zekerheid weet te melden: "Death seems to be a very pleasant experience for people")

***
 
Niets cadeau - Wislawa Szymborska
 
Niets cadeau gekregen, alles te leen.
Tot over mijn oren in de schulden
zal ik met mezelf
voor mezelf moeten betalen,
mijn leven voor mijn leven geven.
 
Het is nu eenmaal zo geregeld
dat het hart terug moet
en de lever terug moet
en elke vinger afzonderlijk.
 
Te laat om het contract te verbreken.
De schulden moeten worden geïnd,
het vel over de oren gehaald.
 
Op de wereld loop ik rond
in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht
hun vleugels af te betalen.
Anderen moeten of ze willen of niet
hun blaadjes afrekenen.
 
Aan de debetzijde
staat elk weefsel in ons.
Geen wimpertje, geen steeltje
mogen we voorgoed behouden.
 
De lijst is uitputtend
en het ziet ernaar uit
dat we niets zullen overhouden.
 
Ik kan me niet herinneren
waar, wanneer en waarom
ik zo’n rekening heb laten openen.
 
Het protest daartegen
noemen we de ziel.
En dat is het enige
wat niet op de lijst staat.

woensdag 22 februari 2012

Cogito ergo sum

De grote filosoof Descartes kwam door methodisch twijfelen tot de uitspraak: Cogito ergo sum (Ik denk, dus ik besta). Methodisch twijfelen houdt in dat je om te beginnen alle uitspraken en vormen van kennis waar je op enige manier aan kunt twijfelen, naast je neerlegt. Van daar uit ga je op zoek naar ideeën die de toets der twijfel kunnen doorstaan. Descartes noemt dit 'klare ideeën'. Je houdt dan in eerste instantie geen andere zekerheid meer over, dan dat je denkt. En dat denken betekent niets meer (of minder) dan dat je bestaat.

Daarmee maakte Descarts de mens in zekere zin afhankelijk van zijn bewustzijn. En het had kunnen betekenen dat hij afscheid had willen nemen van alle kennis over dingen buiten dat bewustzijn. Maar dat was niet zo: hij bleef bijvoorbeeld geloven in het onafhankelijk bestaan van de wereld buiten de mens. Zelfs voor immateriële ideeën als God hield hij ruimte in zijn denken: volgens Descartes was het feit dat mensen 'klare' ideeën kunnen hebben over God, het bewijs dat God bestaat.

Zo denken de meeste mensen -en zeker exacte wetenschappers- in onze tijd allang niet meer. Via de werken van filosofen als Locke, Berkeley, Hume, Kant, Comte hebben we geconcludeerd dat wanneer we de dingen die zich aan de werkelijkheid onttrekken -de metafysica- niet empirisch kunnen aantonen, ze ook niet kunnen bestaan. De metafysica verhuisden naar het verdomhoekje en wij werden aanhangers van de religie van de rede: alleen de uitkomsten van empirisch bedreven wetenschap mogen nog de basis zijn voor onze ideeën over de werkelijkheid.

Ik las laatst een interview met Roos Vonk, hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen in het blad GezondNU (november 2011). Daarin stelt ze dat het lichaam niets meer is dan een stelsel van hormonen en neuronen. De interviewer reageert een beetje verontwaardigd: "Maar je kunt mensen toch niet gaan zien als een samenstel van hormonen?" Roos Vonk heeft daar helemaal geen problemen mee: "Jawel hoor, je kunt prima snappen hoe verliefdheid biologisch werkt, maar kun je het ook nog volop voelen. Dat staat los van elkaar."

Die gedachte past prima in het straatje van Dick Swaab, schrijver van het boek Wij zijn ons brein. Swaab is hersenonderzoeker en zegt met zoveel woorden, dat wij amper vrije wil hebben en allereerst lijdend voorwerp zijn van de processen in onze hersenen. En dat wanneer onze hersenen dood zijn, ons bewustzijn eindigt te bestaan. Wat nou metafysica?!

De laatste weken stond mijn leven in het teken van intensieve twijfel. Bijna had ik me laten verleiden om daarbij de microscoop van de fysica te pakken, nog eens goed te kijken naar alle veronderstellingen waar ik in geloof buiten Descartes' "Ik denk, dus ik besta" om, om vervolgens een groot aantal daarvan bij het grofvuil te zetten. Die veertigdagentijd kwam net op tijd.

Vandaag is het Aswoensdag. Roomskatholieken laten op deze dag een kruisje op hun hoofd zetten, terwijl de priester zegt: "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". En zo kom ik terug bij waar ik gisteren ook al mee afsloot: daar waar de veertigdagentijd bedoeld is om jezelf te plaatsen buiten het leven van alledag, doet dat voor mij tegelijkertijd het tegenovergestelde en bepaalt het mij bij de bijzonderheid van het gewone. Van een afstandje bezien is het proces van stof tot stof vrij deprimerend, maar dat ik bén... dat is in zichzelf een prima ontsnapping uit de platheid van dat proces. Stof tot stof? Prima, maar nu even niet!