vrijdag 26 september 2014

Geloof-waardig?

Een poosje geleden las ik in een christelijke nieuwsbrief: "Faith (met de betekenis van 'vertrouwen' en 'geloof') kan moeilijk zijn. Het is niet te pakken of te bewijzen. Het kan ons aanvliegen omdat we zelf zo snel het heft in handen houden of twijfelen. Dan is het goed de waarheid voor ogen te houden. Want Jezus zegt: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld."

De alinea raakte me, maar niet op een positieve manier. Hoewel de auteur het misschien niet zo bedoeld heeft, lijkt hij mij te zeggen dat geloof (in de waarheid) verheven is boven alle twijfel. Dat is natuurlijk niet zo. Elk geloof omvat immers aannames, en een groot aantal van die aannames zijn onderzoekbaar. Als ik zeg te geloven in de grootse verbetering van de klimaatomstandigheden van de afgelopen 25 jaar en ik prijs hiervoor het toegenomen wegverkeer en de bijbehorende uitstoot van fijnstof, is mijn geloof zelf niet te betwisten: als ik zeg hierin te geloven, zal ik het vermoedelijk menen, maar omdat niemand in mijn hoofd kan kijken, kan niemand zeker weten of ik werkelijk geloof wat ik zeg. Wat wél te onderzoek is, is of mijn geloof realistisch is. Hiervoor kun je je bijvoorbeeld wenden tot wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de uitstoot vam fijnstof op onze leefomgeving. De meeste mensen zullen dan tot de conclusie komen, dat ik ergens in geloof, dat niet waar is.

Als het gaat om het christelijke geloof, hebben gelovigen diverse gradaties van aannames. De één houdt er een letterlijke lezing van Genesis op na, de ander een figuurlijke. De één bepleit een fysieke opstanding van Jezus en een leeg graf, de ander een spirituele betekenis van wederopstanding. Veel aannames houden verband met hoe er tegen de Bijbel wordt aangekeken: is die onfeilbaar (op detailniveau of op de grote lijn) of niet? En omdat je de Bijbel kunt onderzoeken, kun je indirect ook de aannames van gelovigen onderzoeken.

De Verlichting was de motor achter onder andere historisch-kritisch bijbelonderzoek. Maar ook uit de hoek van de archeologie, de biologie, de genetica, de natuurkunde, de geschiedkunde hebben wetenschappers sinds de 18e eeuw hun pijlen op de bijbel gericht. Wat mij betreft is de voortdurende discussie over schepping of evolutie dan ook feitelijk een afleidingsmanoeuvre van wat er werkelijk aan de hand is: op alle fronten zijn/worden ontdekkingen gedaan (of juist niet gedaan), die zowel het onfeilbare gelijk als het interpretatieve gebruik van de bijbel bedreigen. En alsof dat niet genoeg is, zijn er daarnaast nog vele andere vragen over de aannames, die je niet zomaar af kunt doen met het "voor ogen houden van de waarheid", zoals hierboven wordt gesteld. Gelovigen die proberen vol te houden, dat het is zoals het altijd al geweest is, proberen in die zin een weinig geloof-waardig verhaal te slijten aan een kritische generatie die een grote hoeveelheid feiten aan zijn kant heeft.

Ik wil niet zeggen, dat de bijbel hiermee een nutteloos boek is, maar het wijst er wel op dat gelovigen (mezelf incluis) nog heel wat huiswerk te doen hebben...



*****

Glaubensbekenntnis – Dorothee Sölle
ich glaube an gott
der die welt nicht fertig geschaffen hat
wie ein ding das immer so bleiben muß
der nicht nach ewigen gesetzen regiert
die unabänderlich gelten
nicht nach natürlichen ordnungen
von armen und reichen
sachverständigen und uniformierten
herrschenden und ausgelieferten
ich glaube an gott
der den widerspruch des lebendigen will
und die veränderung aller zustände
durch unsere arbeit
durch unsere politik
ich glaube an jesus christus,
der recht hatte als er
"ein einzelner der nichts machen kann"
genau wie wir
an der veränderung aller zustände arbeitete
und darüber zugrunde ging
an ihm messend erkenne ich
wie unsere intelligenz verkrüppelt
unsere phantasie erstickt
unsere anstrengung vertan ist
weil wir nicht leben wie er lebte
jeden tag habe ich angst
daß er umsonst gestorben ist
weil er in unseren kirchen verscharrt ist
weil wir seine revolution verraten haben
in gehorsam und angst
vor den behörden
ich glaube an jesus christus
der aufersteht in unser leben
daß wir frei werden
von vorurteilen und anmaßung
von angst und haß
und seine revolution weitertreiben
auf sein reich hin
ich glaube an den heiligen geist
der mit jesus christus in die welt gekommen ist
an die gemeinschaft aller völker
und unserer verantwortung für das
was aus unserer erde wird -
ein tal voll jammer hunger und gewalt
oder die stadt gottes
ich glaube an den gerechten frieden
der herstellbar ist,
an die möglichkeit eines sinnvolleren lebens
für alle menschen
an die zukunft dieser welt gottes
amen
Ik geloof in God
die de wereld niet áf heeft geschapen
als iets dat altijd zo moet blijven
die niet regeert volgens eeuwige wetten
die onveranderlijk van kracht zijn
niet volgens natuurlijke ordeningen
van armen en rijken
deskundigen en onwetenden
heersers en afhankelijken
ik geloof in God
die de tegenspraak wil van wat leeft
en de verandering van alles
door ons werk
door onze politiek
ik geloof in Jezus Christus,
die het gelijk aan zijn kant had
toen Hij, 'een enkeling die niets kan beginnen',
precies zoals wij,
aan de verandering van alle omstandigheden werkte
en daaraan ten gronde ging.
als ik naar Hem zie moet ik toegeven
dat ons denken verlamd is,
onze fantasie verstikt,
onze inspanning vergeefs is,
omdat wij niet leven zoals Hij leefde.
elke dag ben ik bang
dat Hij voor niets is gestorven,
omdat Hij in onze kerken begraven is,
omdat wij zijn revolutie verraden
in gehoorzaamheid aan en angst voor
de gezagsdrager en de bestaande orde.
ik geloof in Jezus Christus
die opstaat in ons leven
zodat wij vrij worden
van vooroordelen en aanmatiging,
van angst en haat,
en zijn revolutie doorvoeren
in de richting van Zijn Rijk.
ik geloof in de heilige geest
die met Jezus in de wereld is gekomen,
in de gemeenschap van alle volkeren
en in onze verantwoordelijkheid
voor wat er uit onze aarde zal worden:
een dal vol ellende, honger en geweld,
óf de stad van God.
ik geloof in rechtvaardige vrede
die verwerkelijkt kan worden,
in de mogelijkheid van een zinvol leven
voor alle mensen;
in de toekomst van deze wereld van God.
amen

Schuilen - Geert Boogaard

Toen wij dachten
dat zij niets
meer wist,
wilde ik nog iets
proberen met
een heel oud lied,
niet omdat we
verlangden naar
een laatste woord,
maar om met haar
te schuilen
in een psalm.

Ik zei: Ook
al ga ik
dooreen dal
van de schaduwen
des doods...

En zij: Ik vrees
geen kwaad.

En ik: want Gij...

En zij:
zijt bij mij.

Vragenderwijs - Guillaume van der Graft

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen

Ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water
geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen
heeft wat is er dan
wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom op zijn rug
die draagt

op zijn hoofd een vogel.

zondag 8 december 2013

The Preacher and the Slave - Joe Hill

Long-haired preachers come out every night,
Try to tell you what's wrong and what's right;
But when asked how 'bout something to eat
They will answer with voices so sweet:
Chorus:
You will eat, bye and bye,
In that glorious land above the sky;
Work and pray, live on hay,
You'll get pie in the sky when you die.
The starvation army they play,
They sing and they clap and they pray
'Till they get all your coin on the drum
Then they'll tell you when you're on the bum:
Holy Rollers and jumpers come out,
They holler, they jump and they shout.
Give your money to Jesus they say,
He will cure all diseases today.
If you fight hard for children and wife
Try to get something good in this life
You're a sinner and bad man, they tell,
When you die you will sure go to hell.
Workingmen of all countries, unite,
Side by side we for freedom will fight;
When the world and its wealth we have gained
To the grafters we'll sing this refrain:
You will eat, bye and bye,
When you've learned how to cook and to fry.
Chop some wood, 'twill do you good,
And you'll eat in the sweet bye and bye.

vrijdag 11 oktober 2013

To Nobodaddy - WIlliam Blake

Why art thou silent & invisible
Father of jealousy
Why dost thou hide thyself in clouds
From every searching Eye
Why darkness & obscurity
In all thy words & laws
That none dare eat the fruit but from
The wily serpents jaws
Or is it because Secresy
gains females loud applause

vrijdag 1 februari 2013

een psalm

ik zing psalm tweeënveertig
hart, onrustig, vol van zorgen
ja, ik ben het die denkt,
bij dag, bij nacht
waar is hij dan, je heer, je god?
maar ook: zal ik als zij in micha zeven
worden vertrapt als vuil op straat?
zou ik niet beter
zoals Job
verlangen naar
de geborgenheid van moeder aarde?

of is er hoop voor kleine mensen
zoals ik, kan ik
met david eind’loos smeken
vernieuw mijn hart, mijn heer, mijn god
en dan met asaf
zie niet onbewogen toe?

ik voel mij echter ondanks dat
zo godvergeten en alleengelaten
is er een spreuk, een strijdkreet dan,
waarvan men weet
dan gaat de hemel open
of ligt juist in de winternacht
het groot geheim besloten


vrijdag 18 januari 2013

En toen was het stil

In de stilte
wordt de mens
aangesproken
door 't oneindige
geheim
het diepste Jij
Martin Gutl

Vrijdag
Met lood in mijn schoenen stap ik in de auto. Een paar maanden geleden leek het nog zo'n goed idee: een stilteweekend in een klooster. Nu het moment daar is om af te reizen, zie ik er behoorlijk tegenop. Achtenveertig uur je mond houden is één ding, een paar keer per dag de confrontatie met jezelf zoeken door je over te geven aan stiltemeditatie is een tweede.

Bij vliegveld Teuge verbeeld ik me dat de auto een lekke band heeft. Ik draai de radio zachter (die staat uiteraard aan zolang het nog kan) en rijd naar een pechplek. Ik stap uit en bespeur niets bijzonders, behalve mijn eigen zenuwachtige gevoel over wat me te wachten staat. Ik loop een rondje om de auto om de banden te inspecteren, wat niet veel anders inhoudt dan tegen elke band een goeie trap geven. Natuurlijk is er niks aan de hand. Ik verman mezelf: "Zo moeilijk kan een stilteweekend niet zijn."

Aangekomen bij de abdij voel ik me onzeker. Het is de bedoeling dat de deelnemers te allen tijde het "nobele stilzwijgen" in acht nemen, maar de instructie zegt niet precies vanaf wanneer. Ik word mijn kamer gewezen - bed, kast en een bureau waarboven een kruisbeeldje hangt. De lijdende Jezus heeft zijn ogen dicht, maar toch heb ik het gevoel dat hij op me neerkijkt. Ik voel me er ongemakkelijk bij, omdat het voor mij het afgelopen jaar symboliseert. Ik hoor van hem spreken, maar voor mij werd Jezus hoe langer hoe meer onbereikbaar. Dat zal dit ene weekend niet oplossen, maar desondanks: ik hoef mezelf in elk geval niet te verwijten dat ik voor mijn twijfels en vragen wegloop. Ik neem een fotootje van het kruisbeeld en maak me op voor een oefening in aandachtig eten: ook de maaltijden worden hier genuttigd in stilte.

Eten in stilte blijkt een aardige oefening te zijn in aandachtig leven. Ik kan het niet helpen om het komische van de situatie te zien, wanneer blijkt hoeveel kabaal selleriesalade en knäckebröd maken, als ze opgegeten worden zonder overstemd te worden door stemgeluid. Tegelijkertijd voel ik me wat verloren aan de eettafel - het is lastig om anderen te dienen als je ze niet kunt vragen wat ze nodig hebben. In plaats daarvan moet je dan maar in de gaten te houden of een van je tafelgenoten stilletjes je aandacht probeert te trekken, om je vervolgens met gebaren te vertellen wat hij of zij nodig heeft.

Na het eten krijgen we een inleiding van pater Henry, tevens zenleraar. Hij huivert een beetje om dit woord te gebruiken: "Deze reis maken we samen", zegt hij. De eerste meditatiesessie valt me alles mee, hoewel het me bepaald niet lukt om mijn gedachten stop te zetten - de kinderen, mijn werk, het huis dat we niet kochten... het spookt allemaal door mijn hoofd, terwijl ik mijn ware zelf probeer te bereiken. Ik kom in de verleiding om nu al te beginnen met reflecteren op wat nog niet eens begonnen is, en probeer in het hier en nu te blijven. Ik wil mijn weekend in stilte niet verpesten door in het eerste uur al te beginnen met nabeschouwen.

Tijdens de tweede sessie slapen mijn voeten zo erg, dat ik bij het opstaan door mijn benen zak. Een blauwe linkervoet is het resultaat. Ik ben amper in staat de zendo te verlaten. Terug op mijn kamer moet ik naar de wc. Ik draai de deur achter me op slot. Ik grijns. Wie zou me hier moeten achtervolgen op deze paar vierkante meter allenigheid? Niemand hier dan ik.

Zaterdag
Op zaterdagmorgen gaat onze leraar in op de tijd van het jaar: het is bijna Driekoningen, maar nu is het nog Kersttijd. Nog even wachten, dan gaan de dagen lengen: we leven in een tijd waarin we weer zullen zien dat het licht het donker verdrijft. Voor christenen is Kerst onlosmakelijk verbonden met Jezus, maar de reden dat we het Kerstfeest juist in december vieren, is dat in onze streken al veel langer dan tweeduizend jaar wordt gevierd dat het licht de duisternis verdrijft.

In de Sint Willibrordsabdij wordt de beoefening van zen gecombineerd met de christelijke mystiek. Het ultieme doel van (za)zen (wat eigenlijk niets meer betekent dan de kunst van het stil zitten) is verlichting: het ervaren van de leegte van de ware aard. In het Japans wordt dit 'kensho' genoemd. De ervaring van kensho heet 'satori' - maar die ervaring laat zich niet afdwingen: hij is on-middel-lijk (zonder middelen) en je kunt je er niet op instellen: de enige weg is jezelf leeg maken. In zijn inleiding wijst de pater erop dat de christelijke mystiek zoekt naar de ervaring van God. Die ervaring vult als het ware de leegte op, die je zoekt door je totaal ontvankelijk op te stellen en je denken los te laten. Bij God kun je zijn zoals je bent.

Tijdens een persoonlijk gesprek met de pater later die dag, bevraag ik hem op de meerwaarde van het christendom. We hebben het onder andere over de hypothetische vraag of God er nog is, wanneer er geen mensen zijn. Natuurlijk komen we niet tot een eenduidig antwoord, maar hij zegt wel iets dat me bij zal blijven: "De Liefde heeft een tegenover nodig". Daar concentreer ik me de rest van de sessies op, hoewel het me ontzettend zwaar valt. Het is niet eenvoudig om los te komen van beelden en gedachten. Het gevoel van dit niet kunnen, willen opstaan, willen vertrekken dringt zich steeds weer aan me op.

Zondag
Halverwege de zondag klopt de pater op mijn deur: of ik verder had willen praten? Tijdens de weekenden is er een systeem met een briefje dat je onder je mat moet leggen om duidelijk te maken dat je een persoonlijk onderhoud wilt. Ik was vergeten het briefje weg te halen, maar besluit nog eens van de mogelijkheid gebruik te maken om mijn eenzaamheid te doorbreken. Als ik mijn kamerdeur sluit, springen de tranen in mijn ogen, zonder dat ik goed begrijp waarom. De klok van de abdijkerk begint te luiden: de eucharistieviering begint zo. Ik ga er niet heen, maar trek me terug in het boekwinkeltje. Ik blader wat door boeken van Anselm Grün en vraag me voor de zoveelste keer dit weekend af waarom ik hier naartoe gekomen ben.

In de spreekkamer uit ik mijn frustraties: het kost me zoveel moeite om de meditatiesessies vol te houden. Mijn onvermogen om te stoppen met nadenken, om me niet te laten opjutten door morgen of te laten achtervolgen door gisteren... de periodes van zitten en zwijgen lijken daardoor van die zinloze exercities. De pater vraagt me, waar ik dan heen zou willen met mezelf. Ik antwoord: "Naar huis, maar ook niet naar huis." Hij vertelt me dan een anekdote van een beginnende monnik, die het klooster wilde verlaten. De abt draagt hem op, om te gaan waarheen hij wil, maar om dit eerst eens te proberen vanuit zijn kloostercel. De moraal van het verhaal: waar we ook gaan, we kunnen onszelf toch niet ontlopen. En wanneer je eenmaal begonnen bent om jezelf te ontmoeten, kun je beter volhouden dan te vluchten.

Voor de laatste meditatiesessie zoek ik de boekwinkel nog eens op. Daar kom ik een boekje tegen van Thich Nhat Hanh. Op één van de bladzijden lees ik acht woorden, die te gebruiken zijn op de in- en uitademing: tot rust komen - glimlachen - het moment - een wonder. Met dat handvat neem ik voor de laatste keer plaats in de zendo. Het valt me nog steeds niet gemakkelijk, maar op een bepaalde manier vind ik het jammer wanneer de leraar na een half uur zegt: "Jullie hebben het volbracht". Er klinkt uit bijna alle achttien monden een zucht van verlichting - ik blijk zeker niet de enige te zijn, die een uitdagend weekend heeft gehad.

Tijdens het afsluitende koffiemoment omschrijf ik het weekend als een zelfverkozen, waardevolle marteling. Zo bekijk ik het nu, twee weken later, nog. Door de stilte te zoeken, komen we onszelf tegen. Dat overkomt je niet in het leven van alledag, maar daar moet je ruimte voor maken. Het helpt om los te komen van je kleine en grote sores en om in contact te komen met je zelf, je lichaam en ja, misschien zelfs God. Met een meditatiebankje onder mijn arm loop ik naar de auto. In de weken erna zal ik het nog niet gebruiken, maar het herinnert me eraan dat het kan: je in jezelf keren, zoeken naar wat het dagelijke leven overstijgt en je aan te bieden als tegenover van de Liefde.

de Liefde heeft een
tegenover nodig
maar er is hier niemand
dan ik