zondag 8 december 2013

The Preacher and the Slave - Joe Hill

Long-haired preachers come out every night,
Try to tell you what's wrong and what's right;
But when asked how 'bout something to eat
They will answer with voices so sweet:
Chorus:
You will eat, bye and bye,
In that glorious land above the sky;
Work and pray, live on hay,
You'll get pie in the sky when you die.
The starvation army they play,
They sing and they clap and they pray
'Till they get all your coin on the drum
Then they'll tell you when you're on the bum:
Holy Rollers and jumpers come out,
They holler, they jump and they shout.
Give your money to Jesus they say,
He will cure all diseases today.
If you fight hard for children and wife
Try to get something good in this life
You're a sinner and bad man, they tell,
When you die you will sure go to hell.
Workingmen of all countries, unite,
Side by side we for freedom will fight;
When the world and its wealth we have gained
To the grafters we'll sing this refrain:
You will eat, bye and bye,
When you've learned how to cook and to fry.
Chop some wood, 'twill do you good,
And you'll eat in the sweet bye and bye.

vrijdag 11 oktober 2013

To Nobodaddy - WIlliam Blake

Why art thou silent & invisible
Father of jealousy
Why dost thou hide thyself in clouds
From every searching Eye
Why darkness & obscurity
In all thy words & laws
That none dare eat the fruit but from
The wily serpents jaws
Or is it because Secresy
gains females loud applause

vrijdag 1 februari 2013

een psalm

ik zing psalm tweeënveertig
hart, onrustig, vol van zorgen
ja, ik ben het die denkt,
bij dag, bij nacht
waar is hij dan, je heer, je god?
maar ook: zal ik als zij in micha zeven
worden vertrapt als vuil op straat?
zou ik niet beter
zoals Job
verlangen naar
de geborgenheid van moeder aarde?

of is er hoop voor kleine mensen
zoals ik, kan ik
met david eind’loos smeken
vernieuw mijn hart, mijn heer, mijn god
en dan met asaf
zie niet onbewogen toe?

ik voel mij echter ondanks dat
zo godvergeten en alleengelaten
is er een spreuk, een strijdkreet dan,
waarvan men weet
dan gaat de hemel open
of ligt juist in de winternacht
het groot geheim besloten


vrijdag 18 januari 2013

En toen was het stil

In de stilte
wordt de mens
aangesproken
door 't oneindige
geheim
het diepste Jij
Martin Gutl

Vrijdag
Met lood in mijn schoenen stap ik in de auto. Een paar maanden geleden leek het nog zo'n goed idee: een stilteweekend in een klooster. Nu het moment daar is om af te reizen, zie ik er behoorlijk tegenop. Achtenveertig uur je mond houden is één ding, een paar keer per dag de confrontatie met jezelf zoeken door je over te geven aan stiltemeditatie is een tweede.

Bij vliegveld Teuge verbeeld ik me dat de auto een lekke band heeft. Ik draai de radio zachter (die staat uiteraard aan zolang het nog kan) en rijd naar een pechplek. Ik stap uit en bespeur niets bijzonders, behalve mijn eigen zenuwachtige gevoel over wat me te wachten staat. Ik loop een rondje om de auto om de banden te inspecteren, wat niet veel anders inhoudt dan tegen elke band een goeie trap geven. Natuurlijk is er niks aan de hand. Ik verman mezelf: "Zo moeilijk kan een stilteweekend niet zijn."

Aangekomen bij de abdij voel ik me onzeker. Het is de bedoeling dat de deelnemers te allen tijde het "nobele stilzwijgen" in acht nemen, maar de instructie zegt niet precies vanaf wanneer. Ik word mijn kamer gewezen - bed, kast en een bureau waarboven een kruisbeeldje hangt. De lijdende Jezus heeft zijn ogen dicht, maar toch heb ik het gevoel dat hij op me neerkijkt. Ik voel me er ongemakkelijk bij, omdat het voor mij het afgelopen jaar symboliseert. Ik hoor van hem spreken, maar voor mij werd Jezus hoe langer hoe meer onbereikbaar. Dat zal dit ene weekend niet oplossen, maar desondanks: ik hoef mezelf in elk geval niet te verwijten dat ik voor mijn twijfels en vragen wegloop. Ik neem een fotootje van het kruisbeeld en maak me op voor een oefening in aandachtig eten: ook de maaltijden worden hier genuttigd in stilte.

Eten in stilte blijkt een aardige oefening te zijn in aandachtig leven. Ik kan het niet helpen om het komische van de situatie te zien, wanneer blijkt hoeveel kabaal selleriesalade en knäckebröd maken, als ze opgegeten worden zonder overstemd te worden door stemgeluid. Tegelijkertijd voel ik me wat verloren aan de eettafel - het is lastig om anderen te dienen als je ze niet kunt vragen wat ze nodig hebben. In plaats daarvan moet je dan maar in de gaten te houden of een van je tafelgenoten stilletjes je aandacht probeert te trekken, om je vervolgens met gebaren te vertellen wat hij of zij nodig heeft.

Na het eten krijgen we een inleiding van pater Henry, tevens zenleraar. Hij huivert een beetje om dit woord te gebruiken: "Deze reis maken we samen", zegt hij. De eerste meditatiesessie valt me alles mee, hoewel het me bepaald niet lukt om mijn gedachten stop te zetten - de kinderen, mijn werk, het huis dat we niet kochten... het spookt allemaal door mijn hoofd, terwijl ik mijn ware zelf probeer te bereiken. Ik kom in de verleiding om nu al te beginnen met reflecteren op wat nog niet eens begonnen is, en probeer in het hier en nu te blijven. Ik wil mijn weekend in stilte niet verpesten door in het eerste uur al te beginnen met nabeschouwen.

Tijdens de tweede sessie slapen mijn voeten zo erg, dat ik bij het opstaan door mijn benen zak. Een blauwe linkervoet is het resultaat. Ik ben amper in staat de zendo te verlaten. Terug op mijn kamer moet ik naar de wc. Ik draai de deur achter me op slot. Ik grijns. Wie zou me hier moeten achtervolgen op deze paar vierkante meter allenigheid? Niemand hier dan ik.

Zaterdag
Op zaterdagmorgen gaat onze leraar in op de tijd van het jaar: het is bijna Driekoningen, maar nu is het nog Kersttijd. Nog even wachten, dan gaan de dagen lengen: we leven in een tijd waarin we weer zullen zien dat het licht het donker verdrijft. Voor christenen is Kerst onlosmakelijk verbonden met Jezus, maar de reden dat we het Kerstfeest juist in december vieren, is dat in onze streken al veel langer dan tweeduizend jaar wordt gevierd dat het licht de duisternis verdrijft.

In de Sint Willibrordsabdij wordt de beoefening van zen gecombineerd met de christelijke mystiek. Het ultieme doel van (za)zen (wat eigenlijk niets meer betekent dan de kunst van het stil zitten) is verlichting: het ervaren van de leegte van de ware aard. In het Japans wordt dit 'kensho' genoemd. De ervaring van kensho heet 'satori' - maar die ervaring laat zich niet afdwingen: hij is on-middel-lijk (zonder middelen) en je kunt je er niet op instellen: de enige weg is jezelf leeg maken. In zijn inleiding wijst de pater erop dat de christelijke mystiek zoekt naar de ervaring van God. Die ervaring vult als het ware de leegte op, die je zoekt door je totaal ontvankelijk op te stellen en je denken los te laten. Bij God kun je zijn zoals je bent.

Tijdens een persoonlijk gesprek met de pater later die dag, bevraag ik hem op de meerwaarde van het christendom. We hebben het onder andere over de hypothetische vraag of God er nog is, wanneer er geen mensen zijn. Natuurlijk komen we niet tot een eenduidig antwoord, maar hij zegt wel iets dat me bij zal blijven: "De Liefde heeft een tegenover nodig". Daar concentreer ik me de rest van de sessies op, hoewel het me ontzettend zwaar valt. Het is niet eenvoudig om los te komen van beelden en gedachten. Het gevoel van dit niet kunnen, willen opstaan, willen vertrekken dringt zich steeds weer aan me op.

Zondag
Halverwege de zondag klopt de pater op mijn deur: of ik verder had willen praten? Tijdens de weekenden is er een systeem met een briefje dat je onder je mat moet leggen om duidelijk te maken dat je een persoonlijk onderhoud wilt. Ik was vergeten het briefje weg te halen, maar besluit nog eens van de mogelijkheid gebruik te maken om mijn eenzaamheid te doorbreken. Als ik mijn kamerdeur sluit, springen de tranen in mijn ogen, zonder dat ik goed begrijp waarom. De klok van de abdijkerk begint te luiden: de eucharistieviering begint zo. Ik ga er niet heen, maar trek me terug in het boekwinkeltje. Ik blader wat door boeken van Anselm Grün en vraag me voor de zoveelste keer dit weekend af waarom ik hier naartoe gekomen ben.

In de spreekkamer uit ik mijn frustraties: het kost me zoveel moeite om de meditatiesessies vol te houden. Mijn onvermogen om te stoppen met nadenken, om me niet te laten opjutten door morgen of te laten achtervolgen door gisteren... de periodes van zitten en zwijgen lijken daardoor van die zinloze exercities. De pater vraagt me, waar ik dan heen zou willen met mezelf. Ik antwoord: "Naar huis, maar ook niet naar huis." Hij vertelt me dan een anekdote van een beginnende monnik, die het klooster wilde verlaten. De abt draagt hem op, om te gaan waarheen hij wil, maar om dit eerst eens te proberen vanuit zijn kloostercel. De moraal van het verhaal: waar we ook gaan, we kunnen onszelf toch niet ontlopen. En wanneer je eenmaal begonnen bent om jezelf te ontmoeten, kun je beter volhouden dan te vluchten.

Voor de laatste meditatiesessie zoek ik de boekwinkel nog eens op. Daar kom ik een boekje tegen van Thich Nhat Hanh. Op één van de bladzijden lees ik acht woorden, die te gebruiken zijn op de in- en uitademing: tot rust komen - glimlachen - het moment - een wonder. Met dat handvat neem ik voor de laatste keer plaats in de zendo. Het valt me nog steeds niet gemakkelijk, maar op een bepaalde manier vind ik het jammer wanneer de leraar na een half uur zegt: "Jullie hebben het volbracht". Er klinkt uit bijna alle achttien monden een zucht van verlichting - ik blijk zeker niet de enige te zijn, die een uitdagend weekend heeft gehad.

Tijdens het afsluitende koffiemoment omschrijf ik het weekend als een zelfverkozen, waardevolle marteling. Zo bekijk ik het nu, twee weken later, nog. Door de stilte te zoeken, komen we onszelf tegen. Dat overkomt je niet in het leven van alledag, maar daar moet je ruimte voor maken. Het helpt om los te komen van je kleine en grote sores en om in contact te komen met je zelf, je lichaam en ja, misschien zelfs God. Met een meditatiebankje onder mijn arm loop ik naar de auto. In de weken erna zal ik het nog niet gebruiken, maar het herinnert me eraan dat het kan: je in jezelf keren, zoeken naar wat het dagelijke leven overstijgt en je aan te bieden als tegenover van de Liefde.

de Liefde heeft een
tegenover nodig
maar er is hier niemand
dan ik

zondag 30 september 2012

De herziene tien

In onze cultuur blijken kinderen het beste te reageren op een positieve benadering.
In pedagogiekland wint 'positief opvoeden' dan ook aan terrein. Om eerlijk te zijn is God hier in de eerste vijf bijbelboeken bepaald geen ster in. Het woord 'niet' komt alleen al in de tien geboden  zeven keer voor voor, en in de boeken Exodus, Leviticus en Deuterenomium lees ik het maar liefst 618 maal.

Tijdens kerkdiensten op gereformeerde leest heb ik de tien woorden al heel wat keren voorbij horen komen. En dus ook het woordje 'niet'. Deze week dacht ik na over de verlammende uitwerking die dit kan hebben. Want zelfs met theologische noties over de bevrijdende aard van de tien grondregels (ja, die zijn er!) in mijn achterhoofd, is een wekelijkse herinnering aan de tien grondregels best een pijnlijk gebeuren. Zowel een individueel als collectief falen is bij voorbaat gegarandeerd. (Natuurlijk wordt in de kerk ook de oplossing gepreekt in de vorm van Jezus als offer voor de zonden van de wereld, maar ook dan mét de kanttekening dat de wet nog altijd geldt als richtlijn voor een goed leven. Je hebt je er aan te houden uit dankbaarheid in plaats van plichtsgevoel.)

Overigens, hoewel voor veel kerkgangers de tien geboden het enige stukje 'wet' zijn dat ze lezen, weet een beetje bijbellezer dat de bijbelse wetten een veel groter stuk van de bijbel beslaan dan alleen Exodus 20:1-21 of Deuteronomium 5. Ben Hobrink bijvoorbeeld heeft het grotere geheel bestudeerd en constateerde dat de voedselwetten, de maatregelen tegen melaatsheid en de manieren om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan blijken, nog hartstikke actueel zijn! Sterker nog: de bijbel is volgens sommigen de wetenschap ver vooruit. Wauwiedepauwie!

Ondertussen gaat de Thora óók over de onreinheid van vrouwen na een bevalling (waarbij meisjes een groter verontreinigend effect hebben dan jongens), over vervloeking van de baarmoeder van ontrouwe vrouwen en over de betalingsregeling die een verkrachter van een maagd zal treffen met zijn aanstaande schoonvader, enzovoorts. Zelfs christelijke vrouwen die niet veel op hebben met het feminisme, zullen niet terugverlangen naar die vroeger tijden. Als dat geen gigantisch vraagteken achter christen-fundamentalisme is (en dan met name achter de vermeende Bijbelse onfeilbaarheid), dan weet ik het niet meer. Ik voor mijzelf concludeer, dat het toch hoogst verwonderlijk is dat God dit soort vrouwonvriendelijke wetten letterlijk in Mozes' oor fluisterde, om een paar duizend jaar later in Nederland te worden gepredikt als een God die een vrouw van evenveel waarde acht als een man (eh, op reformatorische vrouwen in de politieke arena na dan).

Ik ben uiteraard niet de eerste die hierin een tegenstelling ervaart en er zijn dan ook mooie theologische oplossingen voor bedacht. Volgens Paulus is de wet bedoeld om de mens bewust te maken van onze zonde. Zo zou Gods openbaring zich hebben ontwikkeld door de tijd. Een ander heeft bedacht dat de menselijke wetten van Mozes ondergeschikt zijn aan de goddelijke tien woorden, omdat de eerste categorie wetten niet en de laatste categorie wetten wel rechtstreeks door God aan Mozes werd gegeven. En als we de oude wetten zien in de context van hun tijd, wordt het helemaal aangenaam: voor een nomadisch volk dat een paar duizend jaar voor Christus leefde, waren het héél aardige wetten.

Om eerlijk te zijn, weet ik niet precies wat ik ervan moet denken. Als je vraagtekens begint te stellen bij de bijbelse onfeilbaarheid, hoef je Paulus' theorieën over de betekenis van de wet niet per se meer voor waar aan te nemen. In de geest van Triple P, heb ik in elk geval besloten de tien woorden eens positief te benaderen en ze om te vormen tot regels die vrijheid scheppen om voluit te leven met respect voor mezelf en voor de ander/Ander. Een eerste aanzet:

  1. Mens, zoek verbinding met het heilige.
  2. Mens, behoud je zicht op het onzichtbare en kijk verder dan wat het oog ziet.
  3. Mens, je opdracht in dit leven is om na te streven: liefde, vreugde, vrede, trouw, lankmoedigheid, vriendelijkheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen ander die jouw levenstijd kan gebruiken om deze opdracht te vervullen: draag je verantwoordelijkheid met gevoel voor eigenwaarde.
  4. Mens, neem je rust. Ont-moet. Gebruik je zintuigen om te ervaren wat je zo vaak mist. Sluit je ogen of open ze juist voor wat je in de week aan je voorbij liet gaan. Geniet van stilte of luister naar wat je tot nu toe niet horen kon. Zet je mond stil of zing, schreeuw, bid, lach en bewonder. En rust.
  5. Mens, je hebt een verleden, heden en toekomst. Erken je lijn van afstamming en verbind je met je bloedverwanten. Jij bent deel van hen en zij zijn deel van jou. Zij zijn jouw respect waardig, zoals jij hun respect waardig bent.
  6. Mens, alleen jouw leven komt jou toe. Deel het met anderen en nodig ze uit tot groei en bloei.
  7. Mens, zet je ten volle in voor je relatie met je man of vrouw. Jouw tegenover is je medemens. Die medemens is het waard om te worden liefgehad, zoals jij het waard bent liefde te ontvangen. Gedraag je constructief: schep en herschep omstandigheden waarin de liefde gedijt. Vergeef jezelf wanneer je scheppingskracht verloren lijkt - nodig de liefde opnieuw uit onder deze voorwaarden.
  8. Mens,wees gelukkig met wat je hebt. Eigen alleen datgene toe wat je werkelijk toebehoort. Zorg voor het geld of goed van de ander als was het jouw bezit.
  9. Mens, wees eerlijk en waarachtig. Laat een ander van je opaan kunnen.
  10. Mens, gun een ander zijn geluk, zijn bezit en zijn relaties. Oefen je in blijdschap en geduld. Gebruik je oren, ogen, hart en handen wanneer je medemens iets tekort komt. Deel van wat jou ten deel viel.






zondag 23 september 2012

God en zijn superheldcomplex

Nadenkend over God, kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk altijd vooral in een Opperwezen geloofd heb. Hoewel je als christelijk kind van jongsaf aan verteld wordt, dat God niet is als een mens, leer je desondanks al vroeg om je hem als een soort Superheld voor te stellen.

Ten eerste wordt God in de kerk almachtig genoemd, bijvoorbeeld door de woorden van de apostolische geloofsbelijdenis of een lied. Almacht volgens Wikipedia is onbeperkte macht over alles en iedereen. Met dat woord in relatie tot God kwam ikzelf in de knoei. Want hoe werkt dat, zo'n almachtige God? Betekent 'almachtig' dat hij alles kan? Kan hij voor mijn huis in een oogwenk een flatgebouw met inwoners doen verrijzen? Kan hij de Mount Everest verplaatsen? Kan hij een terminale kankerpatiënt genezen? Kan hij scheppen in zes dagen? Had hij de tsunami van 2004, waarin 200.000 mensen stierven en vele miljoenen emotionele en/of materiële schade opliepen, maar waaraan wij en onze Thaise vakantiebungalow zonder schade aan ontkwamen, kunnen voorkomen? Of kunnen omleiden? Of heeft hij hem aangericht? Kan God een mens laten opstaan uit de dood? Moet ik dit soort dingen geloven over God, om hem God te laten zijn?

Interessant genoeg zullen kinderen in deze tijd wellicht minder snel worstelen met Gods vermeende almacht. In de NBG-Vertaling heette God nog 49 keer de Almachtige, in de Nieuwe Bijbelvertaling komt deze aanduiding nog maar 11 keer voor, waarvan 9 keer in het dubieuze boek Openbaring. Een voorbeeld: waar Abraham in 1951 in de NBG-vertaling nog te horen krijgt: "Ik ben God, de Almachtige", heeft hij in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 ineens van doen met "God, de Ontzagwekkende" (Genesis 17). Almacht is blijkbaar niet meer wat het geweest is. Het past misschien ook niet meer zo bij hoe wij mensen denken over God. De tegenwoordig meer populaire boodschap over God is die van een nabije, Ik-zal-er-zijn en niet die van de heerser op de troon in het hemelrijk.

Een tweede invloed die leidt tot het beeld van God-als-Superheld zijn de liedjes die je als kind aangeleerd krijgt in een christelijke leefomgeving. Ik kan me bijvoorbeeld herinneren: "Jong en Oud. Wees niet Koud. Zeg het voort. Hij is groter, mooier, sterker en beter." Of: "Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig, er is niets dat God niet kan doen." Tegenwoordig klinkt op christelijke kindercd-tjes: "God is de beste, de beste voor altijd." Zo verwordt God langzaam maar zeker tot antropomorfe (vermenselijkte) Alleskunner: in elk opzicht de overtreffende trap van de mens die toenadering tot Hem zoekt: sterker, beter, mooier, wijzer, machtiger (nou ja, niet elk opzicht. God is meestal niet handiger, seksueler, geleerder, verliefder, gespierder dan mensen).

Een derde invloed is dat het eigenlijk wel prettig is om in God-als-Superheld te geloven. Dan kan hij immers oplossen en goedmaken, wat wij door niet of onjuist te handelen aan rottigheid veroorzaken. God kan alles met alles en iedereen op elk moment. Wij kunnen 's nachts lekker slapen, zelfs als de wereld in brand staat. God is in control, tot in de puntjes zowel ons individuele als dat van de mensheid en de planeet in zijn geheel.

In de jaren zestig kwam de God-is-dood theologie op. Het was een reactie op een godsbeeld dat niet bleek opgewassen tegen de realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Ik ken de uitspraak "God is dood" vooral van Nietzsche. Ik was eigenlijk minder bekend met de context waarin Nietzsche dit zegt. Hij zegt namelijk niet alleen dat God dood is, hij zegt in de eerste plaats dat wij God vermoord hebben.

"Wohin ist Gott? rief er, ich will es euch sagen! Wir haben ihn getödtet, – ihr und ich! Wir Alle sind seine Mörder! Aber wie haben wir diess gemacht? Wie vermochten wir das Meer auszutrinken? Wer gab uns den Schwamm, um den ganzen Horizont wegzuwischen? Was thaten wir, als wir diese Erde von ihrer Sonne losketteten? Wohin bewegt sie sich nun? Wohin bewegen wir uns? Fort von allen Sonnen? Stürzen wir nicht fortwährend? Und rückwärts, seitwärts, vorwärts, nach allen Seiten? Giebt es noch ein Oben und ein Unten? Irren wir nicht wie durch ein unendliches Nichts? Haucht uns nicht der leere Raum an? Ist es nicht kälter geworden? Kommt nicht immerfort die Nacht und mehr Nacht? […] Gott ist todt! Gott bleibt todt! Und wir haben ihn getödtet! Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?"

God is dood? Ik weet het niet. Er is zoveel over God te zeggen en tegelijkertijd kun je eigenlijk het beste je mond houden als je het hebt over God. Maar dat van die almacht, dat geloof ik verder wel. Het is tijd om het heft in eigen handen te nemen en te mijn kleine bijdrage te leveren aan waar God of het hoogste doel in vrijwel elke religie voor staat: nederigheid, liefdadigheid en waarheid(sgetrouwheid) - zoals beschreven door de vermaarde godsdienstwetenschapper Huston Smith in o.a. een interview met Jeffrey Paine in de Huston Smith Reader:

"As for the kind of person we should become, the virtues point the way. In the west these are commonly identified as humility, charity and veracity.  Humility has nothing to do with low self-esteem; it is to recognize oneself as one and fully one but not more than one. Charity is to look upon your neighbor as fully one (with rights and privileges pertaining thereto) just as your are one. Veracity begins with not being deceitful, but it ends in the sublime objectivity that sees things exactly as they are, undistorted by our subjective preferences. These are the virtues of the West.
Asia has the same three virtues, but enters them through the “back door” so to speak, by speaking of three poisons – traits that keep the virtues from flourishing in us. The three are greed (the opposite of humility), hatred (the opposite of charity), and dlusion (the opposite of veracity). To the extent that we expunge these three poisons, the virtues will flood our lives automatically. The convergence of East and West in these areas is remarkable."

***
Tederheid - Dorothee Sölle
Toen ik over de tederheid van God wilde vertellen moest ik de oudste sprookjes erbij halen
van de nachtegaal die zo zingt dat allen buiten zinnen raakten
niet hier niet hier

Toen ik de tederheid van God wilde meedelen
heb ik geluisterd heb ik gezwegen heb ik zachter gepraat
niet hier niet hier

Toen ik de tederheid van God ging uitdelen
zag ik het ongeloof op twee gezichten van een man en een meisje heel langzaam smelten
of je het gelooft of niet
dat was hier dat was hier