"Waar het mij om gaat, is niet dat deze oude volken letterlijke
verhalen vertelden en dat wij nu zo slim zijn ze symbolisch uit te leggen, maar
dat zij ze in symbolische zin vertelden en dat wij nu zo stom zijn ze
letterlijk te nemen!"
Dominic Crossan
You will never see the end of the road while you're traveling with me.
vrijdag 3 maart 2017
donderdag 15 september 2016
Psalm 42
1 Voor de leider van het koor. Een lied voor de Korachieten, om iets van te leren.
2 Zoals een hert hevig verlangt naar water,
zo verlang ik hevig naar U, God.
3 Ik heb dorst naar U, de levende God.
Wanneer zal ik weer bij U komen?
Wanneer zal ik weer vóór U mogen staan?
4 Dag en nacht huil ik.
Ik eet niets anders dan mijn tranen.
Want aldoor zeggen de mensen tegen mij:
"Waar is nu die God van jou?"
5 Ik moet er weer aan denken
hoe ik samen met heel veel anderen naar uw heiligdom ging.
Ik ging voorop en we jubelden en juichten.
We vierden met z'n allen feest.
zo verlang ik hevig naar U, God.
3 Ik heb dorst naar U, de levende God.
Wanneer zal ik weer bij U komen?
Wanneer zal ik weer vóór U mogen staan?
4 Dag en nacht huil ik.
Ik eet niets anders dan mijn tranen.
Want aldoor zeggen de mensen tegen mij:
"Waar is nu die God van jou?"
5 Ik moet er weer aan denken
hoe ik samen met heel veel anderen naar uw heiligdom ging.
Ik ging voorop en we jubelden en juichten.
We vierden met z'n allen feest.
6 Ik zeg tegen mezelf:
"Waarom ben je zo treurig?
Waarom ben je zo onrustig?
Vertrouw op God!
Hem zal ik prijzen.
Hij is mijn Redder, Hij is mijn God!"
"Waarom ben je zo treurig?
Waarom ben je zo onrustig?
Vertrouw op God!
Hem zal ik prijzen.
Hij is mijn Redder, Hij is mijn God!"
7 Ik voel me erg verdrietig.
Daarom denk ik aan U,
hier in het gebied van de Jordaan
en de Hermonbergen vér van uw huis.
8 Golf na golf slaat over mij heen.
Bruisend en schuimend
spoelen uw golven over mij heen.
Daarom denk ik aan U,
hier in het gebied van de Jordaan
en de Hermonbergen vér van uw huis.
8 Golf na golf slaat over mij heen.
Bruisend en schuimend
spoelen uw golven over mij heen.
9 Toch houdt de Heer elke dag van mij.
Elke nacht heb ik een lied in mijn binnenste.
Dat lied is een gebed tot de God die mijn leven leidt.
10 Ik zeg tegen Hem: "U bent de rots onder mijn voeten.
Waarom bent U mij vergeten?"
Waarom maken mijn vijanden me het leven zo moeilijk?
Ik loop in zwarte kleren vanwege alle ellende.
11 Mijn vijanden zeggen aldoor tegen me:
"Waar is nu die God van jou?"
Hun haat is als een messteek in mijn hart.
Elke nacht heb ik een lied in mijn binnenste.
Dat lied is een gebed tot de God die mijn leven leidt.
10 Ik zeg tegen Hem: "U bent de rots onder mijn voeten.
Waarom bent U mij vergeten?"
Waarom maken mijn vijanden me het leven zo moeilijk?
Ik loop in zwarte kleren vanwege alle ellende.
11 Mijn vijanden zeggen aldoor tegen me:
"Waar is nu die God van jou?"
Hun haat is als een messteek in mijn hart.
12 Ik zeg tegen mezelf:
"Waarom ben je zo treurig?
Waarom ben je zo onrustig?
Vertrouw op God!
Hem zal ik prijzen.
Hij is mijn Redder, Hij is mijn God!"
"Waarom ben je zo treurig?
Waarom ben je zo onrustig?
Vertrouw op God!
Hem zal ik prijzen.
Hij is mijn Redder, Hij is mijn God!"
https://www.basisbijbel.nl/boek/psalmen/42?search=psalmen.42
zaterdag 9 juli 2016
O me! O life! - Walt Whitman
Oh me! Oh life! of the questions of these recurring,
Of the endless trains of the faithless, of cities fill’d with the foolish,
Of myself forever reproaching myself, (for who more foolish than I, and who more faithless?)
Of eyes that vainly crave the light, of the objects mean, of the struggle ever renew’d,
Of the poor results of all, of the plodding and sordid crowds I see around me,
Of the empty and useless years of the rest, with the rest me intertwined,
The question, O me! so sad, recurring—What good amid these, O me, O life?
Answer.
That you are here—that life exists and identity,
That the powerful play goes on, and you may contribute a verse.
Uit: Leaves of Grass (1892)
zondag 19 juni 2016
God is Dead. Good. - Kester Brewin
Today, there is no hope.
There is no resurrection,
no looking forward to a Sunday
which does not yet exist in even
the wildest imaginations.
There is no prayer
no solace
no point.
God has died.
It’s over.
Finished.
Give up.
Go home.
Return to work.
The best you can do
is carry on the memory;
the only remainder of belief,
now all has been strung up
and screwed up,
is to consider that may be
his life was well lived,
and that helping the poor
and standing up for the oppressed
was worth living
and dying for.
God has died.
We live still
this Friday
to do Good.
woensdag 15 juni 2016
God sterft niet uit
God
sterft niet uit als wij ophouden in God te geloven, maar wij houden op te leven
als we niet meer verlicht worden door die dagelijkse, wonderlijke ervaring van
de levensbron, die alle begrip te boven gaat.
Dag Hammarskjöld.
Dag Hammarskjöld.
donderdag 11 december 2014
dinsdag 7 oktober 2014
Si comprehendis...
Si comprehendis, non est Deus
Als je het begrijpt is het niet God
Augustinus, preek 117 3.5
Als je het begrijpt is het niet God
Augustinus, preek 117 3.5
vrijdag 26 september 2014
Geloof-waardig?
Een poosje geleden las ik in een christelijke nieuwsbrief: "Faith (met de betekenis van 'vertrouwen' en 'geloof') kan moeilijk zijn. Het is niet te pakken of te bewijzen. Het kan ons aanvliegen omdat we zelf zo snel het heft in handen houden of twijfelen. Dan is het goed de waarheid voor ogen te houden. Want Jezus zegt: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld."
De alinea raakte me, maar niet op een positieve manier. Hoewel de auteur het misschien niet zo bedoeld heeft, lijkt hij mij te zeggen dat geloof (in de waarheid) verheven is boven alle twijfel. Dat is natuurlijk niet zo. Elk geloof omvat immers aannames, en een groot aantal van die aannames zijn onderzoekbaar. Als ik zeg te geloven in de grootse verbetering van de klimaatomstandigheden van de afgelopen 25 jaar en ik prijs hiervoor het toegenomen wegverkeer en de bijbehorende uitstoot van fijnstof, is mijn geloof zelf niet te betwisten: als ik zeg hierin te geloven, zal ik het vermoedelijk menen, maar omdat niemand in mijn hoofd kan kijken, kan niemand zeker weten of ik werkelijk geloof wat ik zeg. Wat wél te onderzoek is, is of mijn geloof realistisch is. Hiervoor kun je je bijvoorbeeld wenden tot wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de uitstoot vam fijnstof op onze leefomgeving. De meeste mensen zullen dan tot de conclusie komen, dat ik ergens in geloof, dat niet waar is.
Als het gaat om het christelijke geloof, hebben gelovigen diverse gradaties van aannames. De één houdt er een letterlijke lezing van Genesis op na, de ander een figuurlijke. De één bepleit een fysieke opstanding van Jezus en een leeg graf, de ander een spirituele betekenis van wederopstanding. Veel aannames houden verband met hoe er tegen de Bijbel wordt aangekeken: is die onfeilbaar (op detailniveau of op de grote lijn) of niet? En omdat je de Bijbel kunt onderzoeken, kun je indirect ook de aannames van gelovigen onderzoeken.
De Verlichting was de motor achter onder andere historisch-kritisch bijbelonderzoek. Maar ook uit de hoek van de archeologie, de biologie, de genetica, de natuurkunde, de geschiedkunde hebben wetenschappers sinds de 18e eeuw hun pijlen op de bijbel gericht. Wat mij betreft is de voortdurende discussie over schepping of evolutie dan ook feitelijk een afleidingsmanoeuvre van wat er werkelijk aan de hand is: op alle fronten zijn/worden ontdekkingen gedaan (of juist niet gedaan), die zowel het onfeilbare gelijk als het interpretatieve gebruik van de bijbel bedreigen. En alsof dat niet genoeg is, zijn er daarnaast nog vele andere vragen over de aannames, die je niet zomaar af kunt doen met het "voor ogen houden van de waarheid", zoals hierboven wordt gesteld. Gelovigen die proberen vol te houden, dat het is zoals het altijd al geweest is, proberen in die zin een weinig geloof-waardig verhaal te slijten aan een kritische generatie die een grote hoeveelheid feiten aan zijn kant heeft.
Ik wil niet zeggen, dat de bijbel hiermee een nutteloos boek is, maar het wijst er wel op dat gelovigen (mezelf incluis) nog heel wat huiswerk te doen hebben...
De alinea raakte me, maar niet op een positieve manier. Hoewel de auteur het misschien niet zo bedoeld heeft, lijkt hij mij te zeggen dat geloof (in de waarheid) verheven is boven alle twijfel. Dat is natuurlijk niet zo. Elk geloof omvat immers aannames, en een groot aantal van die aannames zijn onderzoekbaar. Als ik zeg te geloven in de grootse verbetering van de klimaatomstandigheden van de afgelopen 25 jaar en ik prijs hiervoor het toegenomen wegverkeer en de bijbehorende uitstoot van fijnstof, is mijn geloof zelf niet te betwisten: als ik zeg hierin te geloven, zal ik het vermoedelijk menen, maar omdat niemand in mijn hoofd kan kijken, kan niemand zeker weten of ik werkelijk geloof wat ik zeg. Wat wél te onderzoek is, is of mijn geloof realistisch is. Hiervoor kun je je bijvoorbeeld wenden tot wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de uitstoot vam fijnstof op onze leefomgeving. De meeste mensen zullen dan tot de conclusie komen, dat ik ergens in geloof, dat niet waar is.
Als het gaat om het christelijke geloof, hebben gelovigen diverse gradaties van aannames. De één houdt er een letterlijke lezing van Genesis op na, de ander een figuurlijke. De één bepleit een fysieke opstanding van Jezus en een leeg graf, de ander een spirituele betekenis van wederopstanding. Veel aannames houden verband met hoe er tegen de Bijbel wordt aangekeken: is die onfeilbaar (op detailniveau of op de grote lijn) of niet? En omdat je de Bijbel kunt onderzoeken, kun je indirect ook de aannames van gelovigen onderzoeken.
De Verlichting was de motor achter onder andere historisch-kritisch bijbelonderzoek. Maar ook uit de hoek van de archeologie, de biologie, de genetica, de natuurkunde, de geschiedkunde hebben wetenschappers sinds de 18e eeuw hun pijlen op de bijbel gericht. Wat mij betreft is de voortdurende discussie over schepping of evolutie dan ook feitelijk een afleidingsmanoeuvre van wat er werkelijk aan de hand is: op alle fronten zijn/worden ontdekkingen gedaan (of juist niet gedaan), die zowel het onfeilbare gelijk als het interpretatieve gebruik van de bijbel bedreigen. En alsof dat niet genoeg is, zijn er daarnaast nog vele andere vragen over de aannames, die je niet zomaar af kunt doen met het "voor ogen houden van de waarheid", zoals hierboven wordt gesteld. Gelovigen die proberen vol te houden, dat het is zoals het altijd al geweest is, proberen in die zin een weinig geloof-waardig verhaal te slijten aan een kritische generatie die een grote hoeveelheid feiten aan zijn kant heeft.
Ik wil niet zeggen, dat de bijbel hiermee een nutteloos boek is, maar het wijst er wel op dat gelovigen (mezelf incluis) nog heel wat huiswerk te doen hebben...
*****
Glaubensbekenntnis – Dorothee Sölle
|
|
ich glaube an
gott
der die welt
nicht fertig geschaffen hat
wie ein ding
das immer so bleiben muß
der nicht nach
ewigen gesetzen regiert
die
unabänderlich gelten
nicht nach
natürlichen ordnungen
von armen und
reichen
sachverständigen
und uniformierten
herrschenden
und ausgelieferten
ich glaube an
gott
der den
widerspruch des lebendigen will
und die
veränderung aller zustände
durch unsere
arbeit
durch unsere
politik
ich glaube an
jesus christus,
der recht hatte
als er
"ein
einzelner der nichts machen kann"
genau wie wir
an der
veränderung aller zustände arbeitete
und darüber
zugrunde ging
an ihm messend
erkenne ich
wie unsere
intelligenz verkrüppelt
unsere
phantasie erstickt
unsere
anstrengung vertan ist
weil wir nicht
leben wie er lebte
jeden tag habe
ich angst
daß er umsonst
gestorben ist
weil er in
unseren kirchen verscharrt ist
weil wir seine
revolution verraten haben
in gehorsam und
angst
vor den behörden
ich glaube an
jesus christus
der aufersteht
in unser leben
daß wir frei
werden
von vorurteilen
und anmaßung
von angst und
haß
und seine
revolution weitertreiben
auf sein reich
hin
ich glaube an
den heiligen geist
der mit jesus
christus in die welt gekommen ist
an die
gemeinschaft aller völker
und unserer
verantwortung für das
was aus unserer
erde wird -
ein tal voll
jammer hunger und gewalt
oder die stadt
gottes
ich glaube an
den gerechten frieden
der herstellbar
ist,
an die
möglichkeit eines sinnvolleren lebens
für alle
menschen
an die zukunft
dieser welt gottes
amen
|
Ik geloof in God
die de wereld niet áf heeft geschapen
als iets dat altijd zo moet blijven
die niet regeert volgens eeuwige wetten
die onveranderlijk van kracht zijn
niet volgens natuurlijke ordeningen
van armen en rijken
deskundigen en onwetenden
heersers en afhankelijken
ik geloof in God
die de tegenspraak wil van wat leeft
en de verandering van alles
door ons werk
door onze politiek
ik geloof in Jezus Christus,
die het gelijk aan zijn kant had toen Hij, 'een enkeling die niets kan beginnen', precies zoals wij, aan de verandering van alle omstandigheden werkte en daaraan ten gronde ging.
als ik naar Hem zie moet ik toegeven
dat ons denken verlamd is, onze fantasie verstikt, onze inspanning vergeefs is, omdat wij niet leven zoals Hij leefde.
elke dag ben ik bang
dat Hij voor niets is gestorven,
omdat Hij in onze kerken begraven is, omdat wij zijn revolutie verraden
in gehoorzaamheid aan en angst voor
de gezagsdrager en de bestaande orde.
ik geloof in Jezus Christus
die opstaat in ons leven
zodat wij vrij worden van vooroordelen en aanmatiging, van angst en haat, en zijn revolutie doorvoeren
in de richting van Zijn Rijk.
ik geloof in de heilige geest
die met Jezus in de wereld is gekomen, in de gemeenschap van alle volkeren en in onze verantwoordelijkheid voor wat er uit onze aarde zal worden: een dal vol ellende, honger en geweld, óf de stad van God.
ik geloof in rechtvaardige vrede
die verwerkelijkt kan worden, in de mogelijkheid van een zinvol leven
voor alle mensen;
in de toekomst van deze wereld van God.
amen
|
Schuilen - Geert Boogaard
Toen wij dachten
dat zij niets
meer wist,
wilde ik nog iets
proberen met
een heel oud lied,
niet omdat we
verlangden naar
een laatste woord,
maar om met haar
te schuilen
in een psalm.
Ik zei: Ook
al ga ik
dooreen dal
van de schaduwen
des doods...
En zij: Ik vrees
geen kwaad.
En ik: want Gij...
En zij:
zijt bij mij.
Vragenderwijs - Guillaume van der Graft
Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis
ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen
Ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord
als zelfs het water
geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen
heeft wat is er dan
wat is er dan
er is alleen een visserman
die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom op zijn rug
die draagt
op zijn hoofd een vogel.
zondag 8 december 2013
The Preacher and the Slave - Joe Hill
Long-haired preachers come out every night,
Try to tell you what's wrong and what's right;
But when asked how 'bout something to eat
They will answer with voices so sweet:
Try to tell you what's wrong and what's right;
But when asked how 'bout something to eat
They will answer with voices so sweet:
Chorus:
You will eat, bye and bye,
In that glorious land above the sky;
Work and pray, live on hay,
You'll get pie in the sky when you die.
You will eat, bye and bye,
In that glorious land above the sky;
Work and pray, live on hay,
You'll get pie in the sky when you die.
The starvation army they play,
They sing and they clap and they pray
'Till they get all your coin on the drum
Then they'll tell you when you're on the bum:
They sing and they clap and they pray
'Till they get all your coin on the drum
Then they'll tell you when you're on the bum:
Holy Rollers and jumpers come out,
They holler, they jump and they shout.
Give your money to Jesus they say,
He will cure all diseases today.
If you fight hard for children and wife
Try to get something good in this life
You're a sinner and bad man, they tell,
When you die you will sure go to hell.
They holler, they jump and they shout.
Give your money to Jesus they say,
He will cure all diseases today.
If you fight hard for children and wife
Try to get something good in this life
You're a sinner and bad man, they tell,
When you die you will sure go to hell.
Workingmen of all countries, unite,
Side by side we for freedom will fight;
When the world and its wealth we have gained
To the grafters we'll sing this refrain:
Side by side we for freedom will fight;
When the world and its wealth we have gained
To the grafters we'll sing this refrain:
You will eat, bye and bye,
When you've learned how to cook and to fry.
Chop some wood, 'twill do you good,
And you'll eat in the sweet bye and bye.
When you've learned how to cook and to fry.
Chop some wood, 'twill do you good,
And you'll eat in the sweet bye and bye.
vrijdag 11 oktober 2013
To Nobodaddy - WIlliam Blake
Why art thou silent & invisible
Father of jealousy
Why dost thou hide thyself in clouds
From every searching Eye
Father of jealousy
Why dost thou hide thyself in clouds
From every searching Eye
Why darkness & obscurity
In all thy words & laws
That none dare eat the fruit but from
The wily serpents jaws
Or is it because Secresy
gains females loud applause
In all thy words & laws
That none dare eat the fruit but from
The wily serpents jaws
Or is it because Secresy
gains females loud applause
vrijdag 1 februari 2013
een psalm
ik zing psalm tweeënveertig
hart, onrustig, vol van zorgen
ja, ik ben het die denkt,
bij dag, bij nacht
waar is hij dan, je heer, je god?
maar ook: zal ik als zij in micha zeven
worden vertrapt als vuil op straat?
zou ik niet beter
zoals Job
verlangen naar
de geborgenheid van moeder aarde?
of is er hoop voor kleine mensen
zoals ik, kan ik
met david eind’loos smeken
vernieuw mijn hart, mijn heer, mijn god
en dan met asaf
zie niet onbewogen toe?
vrijdag 18 januari 2013
En toen was het stil
In de stilte
wordt de mens
aangesproken
door 't oneindige
geheim
het diepste Jij
Martin Gutl
Vrijdag
Met lood in mijn schoenen stap ik in de auto. Een paar maanden geleden leek het nog zo'n goed idee: een stilteweekend in een klooster. Nu het moment daar is om af te reizen, zie ik er behoorlijk tegenop. Achtenveertig uur je mond houden is één ding, een paar keer per dag de confrontatie met jezelf zoeken door je over te geven aan stiltemeditatie is een tweede.
Bij vliegveld Teuge verbeeld ik me dat de auto een lekke band heeft. Ik draai de radio zachter (die staat uiteraard aan zolang het nog kan) en rijd naar een pechplek. Ik stap uit en bespeur niets bijzonders, behalve mijn eigen zenuwachtige gevoel over wat me te wachten staat. Ik loop een rondje om de auto om de banden te inspecteren, wat niet veel anders inhoudt dan tegen elke band een goeie trap geven. Natuurlijk is er niks aan de hand. Ik verman mezelf: "Zo moeilijk kan een stilteweekend niet zijn."
Aangekomen bij de abdij voel ik me onzeker. Het is de bedoeling dat de deelnemers te allen tijde het "nobele stilzwijgen" in acht nemen, maar de instructie zegt niet precies vanaf wanneer. Ik word mijn kamer gewezen - bed, kast en een bureau waarboven een kruisbeeldje hangt. De lijdende Jezus heeft zijn ogen dicht, maar toch heb ik het gevoel dat hij op me neerkijkt. Ik voel me er ongemakkelijk bij, omdat het voor mij het afgelopen jaar symboliseert. Ik hoor van hem spreken, maar voor mij werd Jezus hoe langer hoe meer onbereikbaar. Dat zal dit ene weekend niet oplossen, maar desondanks: ik hoef mezelf in elk geval niet te verwijten dat ik voor mijn twijfels en vragen wegloop. Ik neem een fotootje van het kruisbeeld en maak me op voor een oefening in aandachtig eten: ook de maaltijden worden hier genuttigd in stilte.
Eten in stilte blijkt een aardige oefening te zijn in aandachtig leven. Ik kan het niet helpen om het komische van de situatie te zien, wanneer blijkt hoeveel kabaal selleriesalade en knäckebröd maken, als ze opgegeten worden zonder overstemd te worden door stemgeluid. Tegelijkertijd voel ik me wat verloren aan de eettafel - het is lastig om anderen te dienen als je ze niet kunt vragen wat ze nodig hebben. In plaats daarvan moet je dan maar in de gaten te houden of een van je tafelgenoten stilletjes je aandacht probeert te trekken, om je vervolgens met gebaren te vertellen wat hij of zij nodig heeft.
Na het eten krijgen we een inleiding van pater Henry, tevens zenleraar. Hij huivert een beetje om dit woord te gebruiken: "Deze reis maken we samen", zegt hij. De eerste meditatiesessie valt me alles mee, hoewel het me bepaald niet lukt om mijn gedachten stop te zetten - de kinderen, mijn werk, het huis dat we niet kochten... het spookt allemaal door mijn hoofd, terwijl ik mijn ware zelf probeer te bereiken. Ik kom in de verleiding om nu al te beginnen met reflecteren op wat nog niet eens begonnen is, en probeer in het hier en nu te blijven. Ik wil mijn weekend in stilte niet verpesten door in het eerste uur al te beginnen met nabeschouwen.
Tijdens de tweede sessie slapen mijn voeten zo erg, dat ik bij het opstaan door mijn benen zak. Een blauwe linkervoet is het resultaat. Ik ben amper in staat de zendo te verlaten. Terug op mijn kamer moet ik naar de wc. Ik draai de deur achter me op slot. Ik grijns. Wie zou me hier moeten achtervolgen op deze paar vierkante meter allenigheid? Niemand hier dan ik.
Zaterdag
Op zaterdagmorgen gaat onze leraar in op de tijd van het jaar: het is bijna Driekoningen, maar nu is het nog Kersttijd. Nog even wachten, dan gaan de dagen lengen: we leven in een tijd waarin we weer zullen zien dat het licht het donker verdrijft. Voor christenen is Kerst onlosmakelijk verbonden met Jezus, maar de reden dat we het Kerstfeest juist in december vieren, is dat in onze streken al veel langer dan tweeduizend jaar wordt gevierd dat het licht de duisternis verdrijft.
In de Sint Willibrordsabdij wordt de beoefening van zen gecombineerd met de christelijke mystiek. Het ultieme doel van (za)zen (wat eigenlijk niets meer betekent dan de kunst van het stil zitten) is verlichting: het ervaren van de leegte van de ware aard. In het Japans wordt dit 'kensho' genoemd. De ervaring van kensho heet 'satori' - maar die ervaring laat zich niet afdwingen: hij is on-middel-lijk (zonder middelen) en je kunt je er niet op instellen: de enige weg is jezelf leeg maken. In zijn inleiding wijst de pater erop dat de christelijke mystiek zoekt naar de ervaring van God. Die ervaring vult als het ware de leegte op, die je zoekt door je totaal ontvankelijk op te stellen en je denken los te laten. Bij God kun je zijn zoals je bent.
Tijdens een persoonlijk gesprek met de pater later die dag, bevraag ik hem op de meerwaarde van het christendom. We hebben het onder andere over de hypothetische vraag of God er nog is, wanneer er geen mensen zijn. Natuurlijk komen we niet tot een eenduidig antwoord, maar hij zegt wel iets dat me bij zal blijven: "De Liefde heeft een tegenover nodig". Daar concentreer ik me de rest van de sessies op, hoewel het me ontzettend zwaar valt. Het is niet eenvoudig om los te komen van beelden en gedachten. Het gevoel van dit niet kunnen, willen opstaan, willen vertrekken dringt zich steeds weer aan me op.
Zondag
Halverwege de zondag klopt de pater op mijn deur: of ik verder had willen praten? Tijdens de weekenden is er een systeem met een briefje dat je onder je mat moet leggen om duidelijk te maken dat je een persoonlijk onderhoud wilt. Ik was vergeten het briefje weg te halen, maar besluit nog eens van de mogelijkheid gebruik te maken om mijn eenzaamheid te doorbreken. Als ik mijn kamerdeur sluit, springen de tranen in mijn ogen, zonder dat ik goed begrijp waarom. De klok van de abdijkerk begint te luiden: de eucharistieviering begint zo. Ik ga er niet heen, maar trek me terug in het boekwinkeltje. Ik blader wat door boeken van Anselm Grün en vraag me voor de zoveelste keer dit weekend af waarom ik hier naartoe gekomen ben.
In de spreekkamer uit ik mijn frustraties: het kost me zoveel moeite om de meditatiesessies vol te houden. Mijn onvermogen om te stoppen met nadenken, om me niet te laten opjutten door morgen of te laten achtervolgen door gisteren... de periodes van zitten en zwijgen lijken daardoor van die zinloze exercities. De pater vraagt me, waar ik dan heen zou willen met mezelf. Ik antwoord: "Naar huis, maar ook niet naar huis." Hij vertelt me dan een anekdote van een beginnende monnik, die het klooster wilde verlaten. De abt draagt hem op, om te gaan waarheen hij wil, maar om dit eerst eens te proberen vanuit zijn kloostercel. De moraal van het verhaal: waar we ook gaan, we kunnen onszelf toch niet ontlopen. En wanneer je eenmaal begonnen bent om jezelf te ontmoeten, kun je beter volhouden dan te vluchten.
Voor de laatste meditatiesessie zoek ik de boekwinkel nog eens op. Daar kom ik een boekje tegen van Thich Nhat Hanh. Op één van de bladzijden lees ik acht woorden, die te gebruiken zijn op de in- en uitademing: tot rust komen - glimlachen - het moment - een wonder. Met dat handvat neem ik voor de laatste keer plaats in de zendo. Het valt me nog steeds niet gemakkelijk, maar op een bepaalde manier vind ik het jammer wanneer de leraar na een half uur zegt: "Jullie hebben het volbracht". Er klinkt uit bijna alle achttien monden een zucht van verlichting - ik blijk zeker niet de enige te zijn, die een uitdagend weekend heeft gehad.
Tijdens het afsluitende koffiemoment omschrijf ik het weekend als een zelfverkozen, waardevolle marteling. Zo bekijk ik het nu, twee weken later, nog. Door de stilte te zoeken, komen we onszelf tegen. Dat overkomt je niet in het leven van alledag, maar daar moet je ruimte voor maken. Het helpt om los te komen van je kleine en grote sores en om in contact te komen met je zelf, je lichaam en ja, misschien zelfs God. Met een meditatiebankje onder mijn arm loop ik naar de auto. In de weken erna zal ik het nog niet gebruiken, maar het herinnert me eraan dat het kan: je in jezelf keren, zoeken naar wat het dagelijke leven overstijgt en je aan te bieden als tegenover van de Liefde.
de Liefde heeft een
tegenover nodig
maar er is hier niemand
dan ik
vrijdag 7 december 2012
zondag 30 september 2012
De herziene tien
In onze cultuur blijken kinderen het beste te reageren op een positieve benadering.
In pedagogiekland wint 'positief opvoeden' dan ook aan terrein. Om eerlijk te zijn is God hier in de eerste vijf bijbelboeken bepaald geen ster in. Het woord 'niet' komt alleen al in de tien geboden zeven keer voor voor, en in de boeken Exodus, Leviticus en Deuterenomium lees ik het maar liefst 618 maal.
Tijdens kerkdiensten op gereformeerde leest heb ik de tien woorden al heel wat keren voorbij horen komen. En dus ook het woordje 'niet'. Deze week dacht ik na over de verlammende uitwerking die dit kan hebben. Want zelfs met theologische noties over de bevrijdende aard van de tien grondregels (ja, die zijn er!) in mijn achterhoofd, is een wekelijkse herinnering aan de tien grondregels best een pijnlijk gebeuren. Zowel een individueel als collectief falen is bij voorbaat gegarandeerd. (Natuurlijk wordt in de kerk ook de oplossing gepreekt in de vorm van Jezus als offer voor de zonden van de wereld, maar ook dan mét de kanttekening dat de wet nog altijd geldt als richtlijn voor een goed leven. Je hebt je er aan te houden uit dankbaarheid in plaats van plichtsgevoel.)
Overigens, hoewel voor veel kerkgangers de tien geboden het enige stukje 'wet' zijn dat ze lezen, weet een beetje bijbellezer dat de bijbelse wetten een veel groter stuk van de bijbel beslaan dan alleen Exodus 20:1-21 of Deuteronomium 5. Ben Hobrink bijvoorbeeld heeft het grotere geheel bestudeerd en constateerde dat de voedselwetten, de maatregelen tegen melaatsheid en de manieren om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan blijken, nog hartstikke actueel zijn! Sterker nog: de bijbel is volgens sommigen de wetenschap ver vooruit. Wauwiedepauwie!
Ondertussen gaat de Thora óók over de onreinheid van vrouwen na een bevalling (waarbij meisjes een groter verontreinigend effect hebben dan jongens), over vervloeking van de baarmoeder van ontrouwe vrouwen en over de betalingsregeling die een verkrachter van een maagd zal treffen met zijn aanstaande schoonvader, enzovoorts. Zelfs christelijke vrouwen die niet veel op hebben met het feminisme, zullen niet terugverlangen naar die vroeger tijden. Als dat geen gigantisch vraagteken achter christen-fundamentalisme is (en dan met name achter de vermeende Bijbelse onfeilbaarheid), dan weet ik het niet meer. Ik voor mijzelf concludeer, dat het toch hoogst verwonderlijk is dat God dit soort vrouwonvriendelijke wetten letterlijk in Mozes' oor fluisterde, om een paar duizend jaar later in Nederland te worden gepredikt als een God die een vrouw van evenveel waarde acht als een man (eh, op reformatorische vrouwen in de politieke arena na dan).
Ik ben uiteraard niet de eerste die hierin een tegenstelling ervaart en er zijn dan ook mooie theologische oplossingen voor bedacht. Volgens Paulus is de wet bedoeld om de mens bewust te maken van onze zonde. Zo zou Gods openbaring zich hebben ontwikkeld door de tijd. Een ander heeft bedacht dat de menselijke wetten van Mozes ondergeschikt zijn aan de goddelijke tien woorden, omdat de eerste categorie wetten niet en de laatste categorie wetten wel rechtstreeks door God aan Mozes werd gegeven. En als we de oude wetten zien in de context van hun tijd, wordt het helemaal aangenaam: voor een nomadisch volk dat een paar duizend jaar voor Christus leefde, waren het héél aardige wetten.
Om eerlijk te zijn, weet ik niet precies wat ik ervan moet denken. Als je vraagtekens begint te stellen bij de bijbelse onfeilbaarheid, hoef je Paulus' theorieën over de betekenis van de wet niet per se meer voor waar aan te nemen. In de geest van Triple P, heb ik in elk geval besloten de tien woorden eens positief te benaderen en ze om te vormen tot regels die vrijheid scheppen om voluit te leven met respect voor mezelf en voor de ander/Ander. Een eerste aanzet:
In pedagogiekland wint 'positief opvoeden' dan ook aan terrein. Om eerlijk te zijn is God hier in de eerste vijf bijbelboeken bepaald geen ster in. Het woord 'niet' komt alleen al in de tien geboden zeven keer voor voor, en in de boeken Exodus, Leviticus en Deuterenomium lees ik het maar liefst 618 maal.
Tijdens kerkdiensten op gereformeerde leest heb ik de tien woorden al heel wat keren voorbij horen komen. En dus ook het woordje 'niet'. Deze week dacht ik na over de verlammende uitwerking die dit kan hebben. Want zelfs met theologische noties over de bevrijdende aard van de tien grondregels (ja, die zijn er!) in mijn achterhoofd, is een wekelijkse herinnering aan de tien grondregels best een pijnlijk gebeuren. Zowel een individueel als collectief falen is bij voorbaat gegarandeerd. (Natuurlijk wordt in de kerk ook de oplossing gepreekt in de vorm van Jezus als offer voor de zonden van de wereld, maar ook dan mét de kanttekening dat de wet nog altijd geldt als richtlijn voor een goed leven. Je hebt je er aan te houden uit dankbaarheid in plaats van plichtsgevoel.)
Overigens, hoewel voor veel kerkgangers de tien geboden het enige stukje 'wet' zijn dat ze lezen, weet een beetje bijbellezer dat de bijbelse wetten een veel groter stuk van de bijbel beslaan dan alleen Exodus 20:1-21 of Deuteronomium 5. Ben Hobrink bijvoorbeeld heeft het grotere geheel bestudeerd en constateerde dat de voedselwetten, de maatregelen tegen melaatsheid en de manieren om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan blijken, nog hartstikke actueel zijn! Sterker nog: de bijbel is volgens sommigen de wetenschap ver vooruit. Wauwiedepauwie!
Ondertussen gaat de Thora óók over de onreinheid van vrouwen na een bevalling (waarbij meisjes een groter verontreinigend effect hebben dan jongens), over vervloeking van de baarmoeder van ontrouwe vrouwen en over de betalingsregeling die een verkrachter van een maagd zal treffen met zijn aanstaande schoonvader, enzovoorts. Zelfs christelijke vrouwen die niet veel op hebben met het feminisme, zullen niet terugverlangen naar die vroeger tijden. Als dat geen gigantisch vraagteken achter christen-fundamentalisme is (en dan met name achter de vermeende Bijbelse onfeilbaarheid), dan weet ik het niet meer. Ik voor mijzelf concludeer, dat het toch hoogst verwonderlijk is dat God dit soort vrouwonvriendelijke wetten letterlijk in Mozes' oor fluisterde, om een paar duizend jaar later in Nederland te worden gepredikt als een God die een vrouw van evenveel waarde acht als een man (eh, op reformatorische vrouwen in de politieke arena na dan).
Ik ben uiteraard niet de eerste die hierin een tegenstelling ervaart en er zijn dan ook mooie theologische oplossingen voor bedacht. Volgens Paulus is de wet bedoeld om de mens bewust te maken van onze zonde. Zo zou Gods openbaring zich hebben ontwikkeld door de tijd. Een ander heeft bedacht dat de menselijke wetten van Mozes ondergeschikt zijn aan de goddelijke tien woorden, omdat de eerste categorie wetten niet en de laatste categorie wetten wel rechtstreeks door God aan Mozes werd gegeven. En als we de oude wetten zien in de context van hun tijd, wordt het helemaal aangenaam: voor een nomadisch volk dat een paar duizend jaar voor Christus leefde, waren het héél aardige wetten.
Om eerlijk te zijn, weet ik niet precies wat ik ervan moet denken. Als je vraagtekens begint te stellen bij de bijbelse onfeilbaarheid, hoef je Paulus' theorieën over de betekenis van de wet niet per se meer voor waar aan te nemen. In de geest van Triple P, heb ik in elk geval besloten de tien woorden eens positief te benaderen en ze om te vormen tot regels die vrijheid scheppen om voluit te leven met respect voor mezelf en voor de ander/Ander. Een eerste aanzet:
- Mens, zoek verbinding met het heilige.
- Mens, behoud je zicht op het onzichtbare en kijk verder dan wat het oog ziet.
- Mens, je opdracht in dit leven is om na te streven: liefde, vreugde, vrede, trouw, lankmoedigheid, vriendelijkheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen ander die jouw levenstijd kan gebruiken om deze opdracht te vervullen: draag je verantwoordelijkheid met gevoel voor eigenwaarde.
- Mens, neem je rust. Ont-moet. Gebruik je zintuigen om te ervaren wat je zo vaak mist. Sluit je ogen of open ze juist voor wat je in de week aan je voorbij liet gaan. Geniet van stilte of luister naar wat je tot nu toe niet horen kon. Zet je mond stil of zing, schreeuw, bid, lach en bewonder. En rust.
- Mens, je hebt een verleden, heden en toekomst. Erken je lijn van afstamming en verbind je met je bloedverwanten. Jij bent deel van hen en zij zijn deel van jou. Zij zijn jouw respect waardig, zoals jij hun respect waardig bent.
- Mens, alleen jouw leven komt jou toe. Deel het met anderen en nodig ze uit tot groei en bloei.
- Mens, zet je ten volle in voor je relatie met je man of vrouw. Jouw tegenover is je medemens. Die medemens is het waard om te worden liefgehad, zoals jij het waard bent liefde te ontvangen. Gedraag je constructief: schep en herschep omstandigheden waarin de liefde gedijt. Vergeef jezelf wanneer je scheppingskracht verloren lijkt - nodig de liefde opnieuw uit onder deze voorwaarden.
- Mens,wees gelukkig met wat je hebt. Eigen alleen datgene toe wat je werkelijk toebehoort. Zorg voor het geld of goed van de ander als was het jouw bezit.
- Mens, wees eerlijk en waarachtig. Laat een ander van je opaan kunnen.
- Mens, gun een ander zijn geluk, zijn bezit en zijn relaties. Oefen je in blijdschap en geduld. Gebruik je oren, ogen, hart en handen wanneer je medemens iets tekort komt. Deel van wat jou ten deel viel.
Labels:
Deuteronomium,
Exodus,
Jezus,
Thora,
tien geboden
zondag 23 september 2012
God en zijn superheldcomplex
Nadenkend over God, kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk altijd vooral in een Opperwezen geloofd heb. Hoewel je als christelijk kind van jongsaf aan verteld wordt, dat God niet is als een mens, leer je desondanks al vroeg om je hem als een soort Superheld voor te stellen.
Ten eerste wordt God in de kerk almachtig genoemd, bijvoorbeeld door de woorden van de apostolische geloofsbelijdenis of een lied. Almacht volgens Wikipedia is onbeperkte macht over alles en iedereen. Met dat woord in relatie tot God kwam ikzelf in de knoei. Want hoe werkt dat, zo'n almachtige God? Betekent 'almachtig' dat hij alles kan? Kan hij voor mijn huis in een oogwenk een flatgebouw met inwoners doen verrijzen? Kan hij de Mount Everest verplaatsen? Kan hij een terminale kankerpatiënt genezen? Kan hij scheppen in zes dagen? Had hij de tsunami van 2004, waarin 200.000 mensen stierven en vele miljoenen emotionele en/of materiële schade opliepen, maar waaraan wij en onze Thaise vakantiebungalow zonder schade aan ontkwamen, kunnen voorkomen? Of kunnen omleiden? Of heeft hij hem aangericht? Kan God een mens laten opstaan uit de dood? Moet ik dit soort dingen geloven over God, om hem God te laten zijn?
Interessant genoeg zullen kinderen in deze tijd wellicht minder snel worstelen met Gods vermeende almacht. In de NBG-Vertaling heette God nog 49 keer de Almachtige, in de Nieuwe Bijbelvertaling komt deze aanduiding nog maar 11 keer voor, waarvan 9 keer in het dubieuze boek Openbaring. Een voorbeeld: waar Abraham in 1951 in de NBG-vertaling nog te horen krijgt: "Ik ben God, de Almachtige", heeft hij in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 ineens van doen met "God, de Ontzagwekkende" (Genesis 17). Almacht is blijkbaar niet meer wat het geweest is. Het past misschien ook niet meer zo bij hoe wij mensen denken over God. De tegenwoordig meer populaire boodschap over God is die van een nabije, Ik-zal-er-zijn en niet die van de heerser op de troon in het hemelrijk.
Een tweede invloed die leidt tot het beeld van God-als-Superheld zijn de liedjes die je als kind aangeleerd krijgt in een christelijke leefomgeving. Ik kan me bijvoorbeeld herinneren: "Jong en Oud. Wees niet Koud. Zeg het voort. Hij is groter, mooier, sterker en beter." Of: "Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig, er is niets dat God niet kan doen." Tegenwoordig klinkt op christelijke kindercd-tjes: "God is de beste, de beste voor altijd." Zo verwordt God langzaam maar zeker tot antropomorfe (vermenselijkte) Alleskunner: in elk opzicht de overtreffende trap van de mens die toenadering tot Hem zoekt: sterker, beter, mooier, wijzer, machtiger (nou ja, niet elk opzicht. God is meestal niet handiger, seksueler, geleerder, verliefder, gespierder dan mensen).
Een derde invloed is dat het eigenlijk wel prettig is om in God-als-Superheld te geloven. Dan kan hij immers oplossen en goedmaken, wat wij door niet of onjuist te handelen aan rottigheid veroorzaken. God kan alles met alles en iedereen op elk moment. Wij kunnen 's nachts lekker slapen, zelfs als de wereld in brand staat. God is in control, tot in de puntjes zowel ons individuele als dat van de mensheid en de planeet in zijn geheel.
In de jaren zestig kwam de God-is-dood theologie op. Het was een reactie op een godsbeeld dat niet bleek opgewassen tegen de realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Ik ken de uitspraak "God is dood" vooral van Nietzsche. Ik was eigenlijk minder bekend met de context waarin Nietzsche dit zegt. Hij zegt namelijk niet alleen dat God dood is, hij zegt in de eerste plaats dat wij God vermoord hebben.
God is dood? Ik weet het niet. Er is zoveel over God te zeggen en tegelijkertijd kun je eigenlijk het beste je mond houden als je het hebt over God. Maar dat van die almacht, dat geloof ik verder wel. Het is tijd om het heft in eigen handen te nemen en te mijn kleine bijdrage te leveren aan waar God of het hoogste doel in vrijwel elke religie voor staat: nederigheid, liefdadigheid en waarheid(sgetrouwheid) - zoals beschreven door de vermaarde godsdienstwetenschapper Huston Smith in o.a. een interview met Jeffrey Paine in de Huston Smith Reader:
Ten eerste wordt God in de kerk almachtig genoemd, bijvoorbeeld door de woorden van de apostolische geloofsbelijdenis of een lied. Almacht volgens Wikipedia is onbeperkte macht over alles en iedereen. Met dat woord in relatie tot God kwam ikzelf in de knoei. Want hoe werkt dat, zo'n almachtige God? Betekent 'almachtig' dat hij alles kan? Kan hij voor mijn huis in een oogwenk een flatgebouw met inwoners doen verrijzen? Kan hij de Mount Everest verplaatsen? Kan hij een terminale kankerpatiënt genezen? Kan hij scheppen in zes dagen? Had hij de tsunami van 2004, waarin 200.000 mensen stierven en vele miljoenen emotionele en/of materiële schade opliepen, maar waaraan wij en onze Thaise vakantiebungalow zonder schade aan ontkwamen, kunnen voorkomen? Of kunnen omleiden? Of heeft hij hem aangericht? Kan God een mens laten opstaan uit de dood? Moet ik dit soort dingen geloven over God, om hem God te laten zijn?
Interessant genoeg zullen kinderen in deze tijd wellicht minder snel worstelen met Gods vermeende almacht. In de NBG-Vertaling heette God nog 49 keer de Almachtige, in de Nieuwe Bijbelvertaling komt deze aanduiding nog maar 11 keer voor, waarvan 9 keer in het dubieuze boek Openbaring. Een voorbeeld: waar Abraham in 1951 in de NBG-vertaling nog te horen krijgt: "Ik ben God, de Almachtige", heeft hij in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 ineens van doen met "God, de Ontzagwekkende" (Genesis 17). Almacht is blijkbaar niet meer wat het geweest is. Het past misschien ook niet meer zo bij hoe wij mensen denken over God. De tegenwoordig meer populaire boodschap over God is die van een nabije, Ik-zal-er-zijn en niet die van de heerser op de troon in het hemelrijk.
Een tweede invloed die leidt tot het beeld van God-als-Superheld zijn de liedjes die je als kind aangeleerd krijgt in een christelijke leefomgeving. Ik kan me bijvoorbeeld herinneren: "Jong en Oud. Wees niet Koud. Zeg het voort. Hij is groter, mooier, sterker en beter." Of: "Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig, er is niets dat God niet kan doen." Tegenwoordig klinkt op christelijke kindercd-tjes: "God is de beste, de beste voor altijd." Zo verwordt God langzaam maar zeker tot antropomorfe (vermenselijkte) Alleskunner: in elk opzicht de overtreffende trap van de mens die toenadering tot Hem zoekt: sterker, beter, mooier, wijzer, machtiger (nou ja, niet elk opzicht. God is meestal niet handiger, seksueler, geleerder, verliefder, gespierder dan mensen).
Een derde invloed is dat het eigenlijk wel prettig is om in God-als-Superheld te geloven. Dan kan hij immers oplossen en goedmaken, wat wij door niet of onjuist te handelen aan rottigheid veroorzaken. God kan alles met alles en iedereen op elk moment. Wij kunnen 's nachts lekker slapen, zelfs als de wereld in brand staat. God is in control, tot in de puntjes zowel ons individuele als dat van de mensheid en de planeet in zijn geheel.
In de jaren zestig kwam de God-is-dood theologie op. Het was een reactie op een godsbeeld dat niet bleek opgewassen tegen de realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Ik ken de uitspraak "God is dood" vooral van Nietzsche. Ik was eigenlijk minder bekend met de context waarin Nietzsche dit zegt. Hij zegt namelijk niet alleen dat God dood is, hij zegt in de eerste plaats dat wij God vermoord hebben.
"Wohin ist Gott? rief er, ich will es euch sagen! Wir haben ihn getödtet, – ihr und ich! Wir Alle sind seine Mörder! Aber wie haben wir diess gemacht? Wie vermochten wir das Meer auszutrinken? Wer gab uns den Schwamm, um den ganzen Horizont wegzuwischen? Was thaten wir, als wir diese Erde von ihrer Sonne losketteten? Wohin bewegt sie sich nun? Wohin bewegen wir uns? Fort von allen Sonnen? Stürzen wir nicht fortwährend? Und rückwärts, seitwärts, vorwärts, nach allen Seiten? Giebt es noch ein Oben und ein Unten? Irren wir nicht wie durch ein unendliches Nichts? Haucht uns nicht der leere Raum an? Ist es nicht kälter geworden? Kommt nicht immerfort die Nacht und mehr Nacht? […] Gott ist todt! Gott bleibt todt! Und wir haben ihn getödtet! Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?"
God is dood? Ik weet het niet. Er is zoveel over God te zeggen en tegelijkertijd kun je eigenlijk het beste je mond houden als je het hebt over God. Maar dat van die almacht, dat geloof ik verder wel. Het is tijd om het heft in eigen handen te nemen en te mijn kleine bijdrage te leveren aan waar God of het hoogste doel in vrijwel elke religie voor staat: nederigheid, liefdadigheid en waarheid(sgetrouwheid) - zoals beschreven door de vermaarde godsdienstwetenschapper Huston Smith in o.a. een interview met Jeffrey Paine in de Huston Smith Reader:
"As for the kind of person we should become, the virtues point the way. In the west these are commonly identified as humility, charity and veracity. Humility has nothing to do with low self-esteem; it is to recognize oneself as one and fully one but not more than one. Charity is to look upon your neighbor as fully one (with rights and privileges pertaining thereto) just as your are one. Veracity begins with not being deceitful, but it ends in the sublime objectivity that sees things exactly as they are, undistorted by our subjective preferences. These are the virtues of the West.
Asia has the same three virtues, but enters them through the “back door” so to speak, by speaking of three poisons – traits that keep the virtues from flourishing in us. The three are greed (the opposite of humility), hatred (the opposite of charity), and dlusion (the opposite of veracity). To the extent that we expunge these three poisons, the virtues will flood our lives automatically. The convergence of East and West in these areas is remarkable."
***
Tederheid - Dorothee Sölle
Toen ik over de tederheid van God wilde vertellen moest ik de oudste sprookjes
erbij halen
van de nachtegaal die zo zingt dat allen buiten zinnen raakten
niet hier niet hier
Toen ik de tederheid van God wilde meedelen
van de nachtegaal die zo zingt dat allen buiten zinnen raakten
niet hier niet hier
Toen ik de tederheid van God wilde meedelen
heb ik geluisterd heb ik gezwegen heb ik zachter gepraat
niet hier niet
hier
Toen ik de tederheid van God ging uitdelen
Toen ik de tederheid van God ging uitdelen
zag ik het ongeloof op
twee gezichten van een man en een meisje heel langzaam smelten
of je het gelooft
of niet
dat was hier dat was hier
donderdag 20 september 2012
Demasqué van de ziel?
What if you slept, and what if in your sleep you dreamed, and what if in your dream you went to heaven and there plucked a strange and beautiful flower, and what if when you awoke you had the flower in your hand?
Samuel Taylor Coleridge
Nog niet zo lang geleden was Bert Keizer in mijn woonplaats voor een lezing. Helaas kon ik er niet heen, maar ik was wel erg benieuwd naar wat hij te zeggen had over het thema "Waar blijft de ziel?" Die vraag was ook al de titel van zijn essay voor de Maand van de Filosofie in 2012: blijkbaar houdt deze kwestie de postmoderne mens bezig?
Gelukkig hebben we google, en vond ik onder andere een interview dat een tipje van de sluier oplichtte over Keizers visie op de ziel. Hij werd geïnterviewd voor Filosofie Magazine naar aanleiding van zijn boek Onverklaarbaar bewoond. Het wonderlijke domein van de hersenen. Keizer liep en keek voor dit boek een tijdje mee op de afdeling Hersenchirurgie van het VUmc. In het interview naar aanleiding van de publicatie van dit boek, staat: "In zijn slotwoord schrijft Keizer dat hij ‘alleen maar dieper verstrikt geraakt is in de onontkoombaarheid van ons samenvallen met de hersenen’. Dan zou je zeggen dat de ‘ziel’ als concept onbruikbaar is geworden. Maar hij houdt wel degelijk vast aan dat begrip. Keizer: ‘Ik ben geen reductionist, die zegt: “Liefde is eigenlijk slechts een chemische reactie, enkel een kwestie van stofjes.” Het feit dat je een bepaald fenomeen óók terugziet als een chemische reactie, wil niet zeggen dat het enkel daaruit bestaat."
Denk nu maar niet dat je Keizer nu zult kunnen betrappen op enige vorm van "buitenlichamelijkheid" (of: "buitenwetenschappelijkheid"). Want hoewel hij afstand neemt van het materialistisch-reductionistische perspectief ("Gooi je dan een kind op het vuur als je het koud hebt – een kind is toch ook slechts een verzameling moleculen?"), ziet hij net zo min heil in de opvattingen van bijvoorbeeld Pim van Lommel.
Pim van Lommel deed onderzoek naar bijna-doodervaringen en publiceerde hierover in 2001. Na zijn emeritaat schreef hij ter aanvulling de dikke pil Eindeloos Bewustzijn, waarin hij stelt dat het menselijk bewustzijn na de dood buiten het lichaam blijft bestaan. Dit correspondeert prettig met het christelijke idee over de ziel, hoewel de BDE's tegelijkertijd een behoorlijke uitdaging vormen voor de traditioneel christelijke leer. Het zijn namelijk zeker niet alleen christenen die een tunnel van licht zien of diepe liefde ervaren tijdens hun BDE.
Nu zou ik met alleen dat gegeven best kunnen leven, maar daarnaast is er op Van Lommel bovendien nogal wat (mijns inziens vaak terechte) kritiek. Die kritiek leidt ertoe dat ik nu niet 1-2-3 de barricades opdurf met een pleidooi voor een hiernamaals.
Bert Keizer reikt in het genoemde interview een middenweg aan, geïnspireerd door het werk van Alva Noë. Noë zegt dat het menselijke bewustzijn niet te reduceren is tot ons brein (Dick Swaab), maar dat hier meer voor nodig is. Ook onze opvoeding, onze cultuur, ons lichaam, enzovoorts spelen een rol. In een artikel zegt Noë: "The brain is essential for our lives, physiology, health and experience. But the idea that it is the whole story, or even the key to understanding the story, is not a scientific conclusion. It’s a prejudice. Consciousness requires the joint operation of the brain, the body and the world." Een onderzoek van wetenschappers van de Universiteit van Iowa lijkt hem gelijk te geven: patient R tart de huidige opvattingen over de plaats van het zelfbewustzijn in de hersenen. Zo doet Noë recht aan de huidige stand van de medische wetenschap én aan het menselijk gevoel dat er méér een rol speelt in het leven dan alleen onze schedelinhoud.
Drie zaken lijken echter een uitdaging vormen voor zowel het materialistisch-reductionistisch perspectief als het idee van Alva Noë:
De wetenschap vertelt ons volgens mij dan ook net niks over de antwoorden op de Grote Vragen naar wat zich buiten of naast de door haar beschreven mechanismen zou kunnen afspelen. Ockham zelf zou het in ieder geval vast geen goed idee gevonden hebben om het bovennatuurlijke van een werkelijkheid tot een veronderstelling te reduceren. Hij was namelijk monnik...
De regenboog bestaat nog steeds als alle mensen blind worden.
Zou dat niet ook voor de ziel kunnen gelden?
(Een interessante video van onderzoekers naar BDE's vind je hier, waarin Sam Parnia als schrale troost voor zielezoekers met redelijke zekerheid weet te melden: "Death seems to be a very pleasant experience for people")
Ah, what then?
Samuel Taylor Coleridge
Nog niet zo lang geleden was Bert Keizer in mijn woonplaats voor een lezing. Helaas kon ik er niet heen, maar ik was wel erg benieuwd naar wat hij te zeggen had over het thema "Waar blijft de ziel?" Die vraag was ook al de titel van zijn essay voor de Maand van de Filosofie in 2012: blijkbaar houdt deze kwestie de postmoderne mens bezig?
Gelukkig hebben we google, en vond ik onder andere een interview dat een tipje van de sluier oplichtte over Keizers visie op de ziel. Hij werd geïnterviewd voor Filosofie Magazine naar aanleiding van zijn boek Onverklaarbaar bewoond. Het wonderlijke domein van de hersenen. Keizer liep en keek voor dit boek een tijdje mee op de afdeling Hersenchirurgie van het VUmc. In het interview naar aanleiding van de publicatie van dit boek, staat: "In zijn slotwoord schrijft Keizer dat hij ‘alleen maar dieper verstrikt geraakt is in de onontkoombaarheid van ons samenvallen met de hersenen’. Dan zou je zeggen dat de ‘ziel’ als concept onbruikbaar is geworden. Maar hij houdt wel degelijk vast aan dat begrip. Keizer: ‘Ik ben geen reductionist, die zegt: “Liefde is eigenlijk slechts een chemische reactie, enkel een kwestie van stofjes.” Het feit dat je een bepaald fenomeen óók terugziet als een chemische reactie, wil niet zeggen dat het enkel daaruit bestaat."
Denk nu maar niet dat je Keizer nu zult kunnen betrappen op enige vorm van "buitenlichamelijkheid" (of: "buitenwetenschappelijkheid"). Want hoewel hij afstand neemt van het materialistisch-reductionistische perspectief ("Gooi je dan een kind op het vuur als je het koud hebt – een kind is toch ook slechts een verzameling moleculen?"), ziet hij net zo min heil in de opvattingen van bijvoorbeeld Pim van Lommel.
Pim van Lommel deed onderzoek naar bijna-doodervaringen en publiceerde hierover in 2001. Na zijn emeritaat schreef hij ter aanvulling de dikke pil Eindeloos Bewustzijn, waarin hij stelt dat het menselijk bewustzijn na de dood buiten het lichaam blijft bestaan. Dit correspondeert prettig met het christelijke idee over de ziel, hoewel de BDE's tegelijkertijd een behoorlijke uitdaging vormen voor de traditioneel christelijke leer. Het zijn namelijk zeker niet alleen christenen die een tunnel van licht zien of diepe liefde ervaren tijdens hun BDE.
Nu zou ik met alleen dat gegeven best kunnen leven, maar daarnaast is er op Van Lommel bovendien nogal wat (mijns inziens vaak terechte) kritiek. Die kritiek leidt ertoe dat ik nu niet 1-2-3 de barricades opdurf met een pleidooi voor een hiernamaals.
Bert Keizer reikt in het genoemde interview een middenweg aan, geïnspireerd door het werk van Alva Noë. Noë zegt dat het menselijke bewustzijn niet te reduceren is tot ons brein (Dick Swaab), maar dat hier meer voor nodig is. Ook onze opvoeding, onze cultuur, ons lichaam, enzovoorts spelen een rol. In een artikel zegt Noë: "The brain is essential for our lives, physiology, health and experience. But the idea that it is the whole story, or even the key to understanding the story, is not a scientific conclusion. It’s a prejudice. Consciousness requires the joint operation of the brain, the body and the world." Een onderzoek van wetenschappers van de Universiteit van Iowa lijkt hem gelijk te geven: patient R tart de huidige opvattingen over de plaats van het zelfbewustzijn in de hersenen. Zo doet Noë recht aan de huidige stand van de medische wetenschap én aan het menselijk gevoel dat er méér een rol speelt in het leven dan alleen onze schedelinhoud.
Drie zaken lijken echter een uitdaging vormen voor zowel het materialistisch-reductionistisch perspectief als het idee van Alva Noë:
- vericidale perceptie - dat wil zeggen: visuele waarnemingen/hallucinaties tijdens een staat van hersendood, waaronder aan aantal verhalen van mensen die visuele waarneming hadden gehad tijdens een Out of Body Experience, terwijl ze van hun geboorte af blind waren geweest. (Helaas zijn sommige van deze accounts vals of niet meer te traceren, maar andere verhalen lijken de skepsis toch echt te kunnen doorstaan. De hoeveelheid BDE's is sowieso indrukwekkend. Hiernaar is op dit moment het AWARE-onderzoek gaande door onderzoeksleider Sam Parnia, resultaten verwacht in 2012);
- terminale luciditeit - dat wil zeggen: een onverwachte mentale helderheid en terugkeer van geheugen vlak voor iemand sterft, met name bij mensen met zware psychologische of neurlogische aandoeningen als ernstige schizofrenie en Alzheimer. Een aantal cases wordt hier besproken;
- zelfbewustzijn en een hoger IQ dan verwacht op basis van de hersenwetenschappen bij mensen met een zeer ernstige vorm van hydrocefalus (waterhoofd);
De wetenschap vertelt ons volgens mij dan ook net niks over de antwoorden op de Grote Vragen naar wat zich buiten of naast de door haar beschreven mechanismen zou kunnen afspelen. Ockham zelf zou het in ieder geval vast geen goed idee gevonden hebben om het bovennatuurlijke van een werkelijkheid tot een veronderstelling te reduceren. Hij was namelijk monnik...
De regenboog bestaat nog steeds als alle mensen blind worden.
Zou dat niet ook voor de ziel kunnen gelden?
(Een interessante video van onderzoekers naar BDE's vind je hier, waarin Sam Parnia als schrale troost voor zielezoekers met redelijke zekerheid weet te melden: "Death seems to be a very pleasant experience for people")
***
Niets cadeau - Wislawa Szymborska
Niets cadeau gekregen, alles te leen.
Tot over mijn oren in de schulden
zal ik met mezelf
voor mezelf moeten betalen,
mijn leven voor mijn leven geven.
Tot over mijn oren in de schulden
zal ik met mezelf
voor mezelf moeten betalen,
mijn leven voor mijn leven geven.
Het is nu eenmaal zo geregeld
dat het hart terug moet
en de lever terug moet
en elke vinger afzonderlijk.
dat het hart terug moet
en de lever terug moet
en elke vinger afzonderlijk.
Te laat om het contract te verbreken.
De schulden moeten worden geïnd,
het vel over de oren gehaald.
De schulden moeten worden geïnd,
het vel over de oren gehaald.
Op de wereld loop ik rond
in de menigte van andere schuldenaren.
in de menigte van andere schuldenaren.
Sommigen zijn verplicht
hun vleugels af te betalen.
Anderen moeten of ze willen of niet
hun blaadjes afrekenen.
hun vleugels af te betalen.
Anderen moeten of ze willen of niet
hun blaadjes afrekenen.
Aan de debetzijde
staat elk weefsel in ons.
Geen wimpertje, geen steeltje
mogen we voorgoed behouden.
staat elk weefsel in ons.
Geen wimpertje, geen steeltje
mogen we voorgoed behouden.
De lijst is uitputtend
en het ziet ernaar uit
dat we niets zullen overhouden.
en het ziet ernaar uit
dat we niets zullen overhouden.
Ik kan me niet herinneren
waar, wanneer en waarom
ik zo’n rekening heb laten openen.
waar, wanneer en waarom
ik zo’n rekening heb laten openen.
Het protest daartegen
noemen we de ziel.
En dat is het enige
wat niet op de lijst staat.
noemen we de ziel.
En dat is het enige
wat niet op de lijst staat.
Labels:
Alva Noë,
AWARE,
BDE,
Bert Keizer,
Dick Swaab,
hiernamaals,
NDE,
Pim van Lommel,
Sam Parnia,
ziel
Abonneren op:
Posts (Atom)